Medicatie bij de ziekte van Alzheimer

Inleiding

Bij de ziekte van Alzheimer worden soms medicijnen voorgeschreven met een remmend effect op de ziekte. Dit wordt ook wel cholinesterase therapie genoemd.

Acetylcholine is een stof die zenuwprikkel overbrengt tussen de diverse verbindingen in de hersenen. Bij een Alzheimer dementie gaan er steeds meer verbindingen verloren.

Er zijn verschillende vormen van cholinesterase therapie. De medicijnen die het meest worden voorgeschreven zijn Rivastigmine en Galantamine. Deze medicijnen hebben een bescheiden effect bij een klein deel van mensen met de ziekte van Alzheimer. Dit is merkbaar aan verbetering van de aandacht, de concentratie en het spraakvermogen. Het geheugen wordt er niet beter van. Mantelzorgers geven soms aan dat hun naaste er meer bij is, weer meedoet en gesprekken kan voeren. 

Wanneer komt u in aanmerking voor deze medicijnen?

Cholinesterase therapie is bedoeld voor mensen met een lichte tot matig ernstige vorm van de ziekte van Alzheimer. Het wordt ook voorgeschreven bij de gemengde vorm van dementie. Rivastigmine wordt in sommige gevallen ook voorgeschreven bij Lewy body dementie.

Dementie is een progressieve ziekte, dat wil zeggen dat het geleidelijk achteruit gaat. 

Onderstaande medicijnen worden alleen in de eerste stadia van de ziekte voorgeschreven. Als er geen verbindingen tussen hersencellen meer zijn, kan er ook geen informatie worden overgedragen.

 

Galantamine

Galantamine is verkrijgbaar in capsules van 8 mg, 16 mg, 24 mg. De dosis wordt iedere vier weken verhoogd, als het middel goed verdragen wordt.

U neemt de tablet 1 keer per dag in, tijdens of na het eten, om minder kans op maagklachten te hebben. Vanwege een geleidelijke afgifte van het middel is het belangrijk dat u de tablet iedere dag op ongeveer hetzelfde tijdstip inneemt.

 

Rivastigmine pleister

Opbouwschema van 2 stappen in de doseringen 4.6 mg/24 u en 9.5 mg/24 u.

Elke dag plakt u of uw verzorger een nieuwe pleister op de huid. Het is belangrijk dat u maar 1 pleister tegelijk gebruikt. U moet de pleister van de vorige dag altijd eerst verwijderen voordat u een nieuwe opplakt. Het is ook belangrijk dit elke dag op ongeveer hetzelfde tijdstip te doen, zodat elke pleister ongeveer 24 uur op de huid zit.

 

Hoe plakt u de pleister?

Dagelijks op een andere plaats. Te verdelen over de bovenarmen, schouderbladen en bovenrug. De geriatrie-verpleegkundige of apothekersassistente kan u plakinstructies geven.

Bijwerkingen

Bij gebruik van cholinesterasetherapie kunnen de volgende bijwerkingen optreden.

  • misselijkheid/ braken;
  • gebrek aan eetlust;
  • duizeligheid;
  • hoofdpijn;
  • slaperigheid;
  • lagere hartslag.

Naast bovenstaande bijwerkingen moet men bij gebruik van de pleister letten op irritatie van de huid zoals roodheid, pijn en jeuk.

De bijwerkingen treden vooral op als u net met de medicatie bent begonnen of als de dosis net is verhoogd. Neem contact op met de polikliniek als u zich zorgen maakt om de bijwerkingen.

Contact gegevens polikliniek klinische geriatrie

Voor informatie en vragen met betrekking tot de ziekte van Alzheimer en oudere (geriatrische) patiënten kunt u terecht bij:

  • Polikliniek geriatrie Bergen op Zoom

Telefoon 088 - 70 67 852

U vindt de polikliniek geriatrie op route 16 op de begane grond.

  • Polikliniek geriatrie Roosendaal

Telefoon  088 – 70 68 152

U vindt de polikliniek geriatrie op route 75 F op de begane grond.  

 

08/20

Heeft u vragen?

Heeft u nog vragen? Stel ze gerust via de app BeterDichtbij.
Ontbreekt er informatie in deze folder?