Ziekte van Alzheimer

De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. In deze folder van het Bravis ziekenhuis vindt u meer informatie.

Inleiding

De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. 70% van alle mensen met dementie heeft de ziekte van Alzheimer. Mensen met de ziekte van Alzheimer krijgen problemen met het geheugen. Naarmate de ziekte erger wordt, krijgt men steeds meer moeite met dagelijkse vaardigheden.

Klachten

Mensen met de ziekte van Alzheimer krijgen geheugenklachten en moeite met alledaagse dingen zoals plannen maken, beslissingen nemen, problemen oplossen en een gesprek volgen.

Daarnaast kan men niet meer goed:

  • nieuwe informatie onthouden; het onthouden van wat er net gezien of gehoord is;
  • informatie onthouden die langere tijd in het geheugen zat;
  • onthouden waar men is, of welke dag, welke maand of welk jaar het is;
  • taal gebruiken en begrijpen. Dit heet afasie, bijvoorbeeld moeite om op de juiste woorden te komen;
  • voorwerpen en geluiden herkennen en weten waar ze voor zijn. Dit heet agnosie, bijvoorbeeld de deurbel horen maar niet weten wat het is;
  • handelingen uitvoeren of in de juiste volgorde uitvoeren. Dit heet apraxie, bijvoorbeeld niet meer weten hoe een koffiezetapparaat werkt;
  • nadenken over situaties en deze beoordelen.

Bij de ziekte van Alzheimer kunnen mensen zich soms anders gaan gedragen. Het karakter kan veranderen; bijvoorbeeld onrust, achterdocht, boosheid. Mensen worden vaak minder ondernemend. De stemming kan soms snel omslaan.

Het verloop van de ziekte is moeilijk te bepalen. Meestal gaat de achteruitgang langzaam, mensen kunnen nog jarenlang een relatief gewoon leven leiden. Bij sommige mensen verloopt het proces van achteruitgang sneller.

Oorzaken

Alzheimer en andere vormen van dementie ontstaan niet van de ene op de andere dag. Het begint sluipend en de achteruitgang neemt langzaam maar zeker toe.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar de oorzaken van de ziekte van Alzheimer. De oorzaak is niet duidelijk. Wetenschappers denken dat vier veranderingen in de hersenen met de ziekte te maken hebben:

1. Samenklontering van amyloid

Het schadelijke Alzheimer eiwit ‘amyloid’ stapelt zich op tussen de zenuwcellen in de hersenen. Zo vormt het zogenaamde ‘plaques’. Een neerslag van eiwitten die de communicatie tussen de hersencellen moeilijker maakt. Deze neerslagen ontstaan vaak het eerst in het gedeelte van de hersenen dat zorgt voor de aanmaak van herinneringen. Daarom is vergeetachtigheid vaak een eerste symptoom van de ziekte van Alzheimer.

2. Tau-eiwitkluwen

In de hersencellen ontstaan veranderingen in het tau-eiwit waardoor kluwen ontstaan. We noemen dit ‘tangles’. Door hun afwijkende vorm zorgen deze eiwitten ervoor dat het transport van voedingsstoffen door de cel niet goed verloopt. Uiteindelijk sterft de cel hierdoor.

3. Gliacellen 

De hersenen bestaan naast zenuwcellen ook uit gliacellen. Deze ondersteunende cellen spelen onder andere een rol in de afbraak van amyloid eiwitten. Uit onderzoek blijkt dat deze cellen hierbij soms overactief en agressief te werk gaan. Dit kan het ziekteproces versnellen.

4. Bloed-hersenbarrière

De cellen van de bloed-hersenbarrière zorgen ervoor dat er geen schadelijke stoffen vanuit het bloed in het hersenweefsel terechtkomen. De barrière bevat ook speciale mechanismen om het amyloid eiwit vanuit de hersenen het bloed in te transporteren. Wanneer deze mechanismen falen, ontstaan er ophopingen van amyloid eiwitten in het brein.

De veranderingen in de hersenen bij ziekte van Alzheimer beginnen vaak in het geheugengebied en verspreiden zich daarna. Hoe meer hersendelen aangetast raken, hoe meer symptomen de persoon met dementie heeft.

Wetenschappers weten nog niet zeker of plaques en tangles de ziekte van Alzheimer veroorzaken of juist een gevolg zijn van andere ziekteprocessen in de hersenen. Wel is bekend dat mensen met gezonde hersenen beter tegen deze eiwitten lijken te kunnen.

Verloop van de ziekte

Alzheimer is een progressieve ziekte. De ziekte neemt steeds verder toe en beschadigt steeds meer hersencellen. Iemand met de ziekte van Alzheimer of een andere vorm van dementie kan dingen steeds minder goed onthouden en begrijpen. Hij krijgt ook meer moeite met communiceren en redeneren. Hoe de ziekte zich precies ontwikkelt verschilt per persoon. Ook hoe iemand de ziekte ervaart, is heel persoonlijk. We geven hier een globaal overzicht van de kenmerken van de vroege, midden en late Alzheimer fases.

Vroege fase Alzheimer

In de vroege fase van de ziekte van Alzheimer ziet men heel kleine veranderingen in het gedrag of de capaciteiten van de persoon. Vaak valt het als eerste op dat de persoon recente gebeurtenissen vergeet. Iemand in de vroege fase van Alzheimer kan:

  • recente gesprekken of gebeurtenissen vergeten;
  • zich herhalen;
  • nieuwe ideeën trager begrijpen;
  • de draad van een verhaal verliezen;
  • minder vloeiend spreken;
  • het moeilijk vinden om beslissingen te nemen;
  • zijn interesse in andere mensen en activiteiten verliezen.

Middenfase Alzheimer

In de middenfase worden de veranderingen duidelijker. De persoon heeft bijvoorbeeld meer hulp nodig bij dagelijkse bezigheden zoals eten, wassen en aankleden. Ook zal degene steeds meer vergeten, dingen gaan herhalen en moeite krijgen om mensen te herkennen. Iemand in de middenfase van de ziekte van Alzheimer kan:

  • sneller overstuur, boos, agressief of achterdochtig worden;
  • verward zijn over waar ze zijn, weglopen of de weg kwijtraken;
  • verward zijn over de tijd;
  • zichzelf of anderen in gevaar brengen door de vergeetachtigheid, bijvoorbeeld door het niet uitzetten van het gas van het fornuis;
  • zich op een ongewone manier gedragen, zoals naar buiten gaan in nachtkleding;
  • problemen hebben met de waarneming en in sommige gevallen hallucineren (dingen zien of horen die er niet zijn).

Laatste fase Alzheimer

In dit stadium heeft de persoon nog meer hulp nodig. Geleidelijk wordt men volledig afhankelijk van anderen. Het geheugenverlies is groot: de persoon kan bekende voorwerpen, mensen of plekken niet meer herkennen. Iemand in de laatste fase van de ziekte van Alzheimer kan:

  • Moeite hebben met kauwen en met slikken;
  • veel afvallen, soms ondanks te veel eten;
  • een veranderde smaak hebben, of minder eetlust.
  • geen dorst of honger meer hebben.
  • incontinent raken, eerst voor urine en later ook voor ontlasting;
  • geleidelijk de spraak verliezen;
  • onrustig worden en op zoek zijn naar iets of iemand;
  • verdrietig of agressief zijn, vooral als degene zich bedreigd voelt;

Behandeling

Helaas is er nog geen medicijn dat de ziekte van Alzheimer kan genezen. Wel bestaan er medicijnen die de achteruitgang van de ziekte soms kunnen vertragen.

Galantamine en Rivastigmine worden gebruikt bij de behandeling van de ziekte van Alzheimer. Deze medicijnen worden soms voorgeschreven bij ‘beginnende tot matig ernstige vorm van de ziekte van Alzheimer’. Veel mensen met dementie krijgen te maken met klachten zoals somberheid, pijn, slapeloosheid, agressie en angst. Deze klachten hebben flinke impact op de kwaliteit van leven van de patiënt en de omgeving. Het is daarom belangrijk dat deze klachten worden besproken. De casemanager dementie kan advies geven hoe u hier het beste mee om kan gaan. In ernstige gevallen kan de huisarts of specialist medicatie voorschrijven.

Uit onderzoek blijkt dat beweging een positief effect heeft op het functioneren, de conditie en de stemming van mensen met dementie.

 

Let op dat er voldoende ruimte en tijd is om te bewegen. Ook is het van belang dat de patiënt gezond blijft. Denk hierbij aan voeding, vocht, slaap, medicatie, temperatuur en uitscheiding (urine en stoelgang).

Contact gegevens polikliniek klinische geriatrie

Voor informatie en vragen over de ziekte van Alzheimer of andere zaken met betrekking tot ouderdomsklachten en oudere (geriatrische) patiënten kunt u terecht bij:

  • Polikliniek geriatrie Bergen op Zoom

Telefoon 088 - 70 67 852

U vindt de polikliniek geriatrie op route 16  op de begane grond.

  • Polikliniek geriatrie Roosendaal

Telefoon  088 – 70 68 152

U vindt de polikliniek geriatrie op route 75 F op de begane grond.

 

08/20

Heeft u vragen?

Heeft u nog vragen? Stel ze gerust via de app BeterDichtbij.
Ontbreekt er informatie in deze folder?