- U bevindt zich hier:
- Home
- Actueel
- Vrouwenhart krijgt eigen plek binnen Bravis
Vrouwenhart krijgt eigen plek binnen Bravis
Op 1 oktober start Bravis met een speciale vrouwenhartpolikliniek. Op deze nieuwe polikliniek krijgen patiënten met onbegrepen hartklachten meer tijd, aandacht en begeleiding. Daarmee speelt Bravis in op groeiende inzichten binnen de cardiologie. Hart- en vaatziekten uiten zich bij vrouwen namelijk niet altijd op dezelfde manier als bij mannen.
De vrouwenhartpoli wordt gedragen door cardiologen Carla Somers (zie foto), Martijn Broeders en op termijn ook An de Clercq.
Volgens cardioloog Carla Somers is de nieuwe polikliniek een belangrijke stap vooruit. "In het verleden is veel onderzoek naar hart- en vaatziekten gedaan bij mannen. De kennis die daaruit voortkwam, werd vervolgens vaak toegepast op vrouwen. Inmiddels weten we dat bepaalde hartproblemen zich bij vrouwen anders kunnen presenteren en dat die klachten absoluut serieus genomen moeten worden."
Klachten zijn echt, ook als onderzoeken niets laten zien
Pijn op de borst, kortademigheid, vermoeidheid of hartkloppingen: sommige patiënten houden deze klachten, terwijl reguliere onderzoeken geen duidelijke vernauwingen in de kransslagaders laten zien. Dat betekent niet dat er niets aan de hand is. “We weten inmiddels dat deze klachten wel degelijk reëel zijn”, vertelt Carla. “Sommige patiënten kunnen zelfs een hartinfarct of acuut coronair syndroom doormaken, terwijl de grote bloedvaten er normaal uitzien.”
De oorzaak kan bijvoorbeeld liggen in de kleine bloedvaatjes rondom het hart of in vaatspasmen. Deze problemen worden niet altijd zichtbaar bij de onderzoeken die traditioneel worden ingezet bij hartklachten. Voor patiënten kan dat een lange en frustrerende zoektocht zijn. Carla: „Je kunt steeds klachten houden, opnieuw op de Spoedeisende Hulp terechtkomen en telkens horen dat er geen duidelijke vernauwingen zijn. Terwijl je je wel degelijk ziek voelt. Dat kan ervoor zorgen dat mensen zich niet gehoord of begrepen voelen.”
Meer tijd om verder te kijken
Juist voor deze groep patiënten is een uitgebreide anamnese belangrijk. Naast de bekende risicofactoren voor hart- en vaatziekten wordt ook gekeken naar factoren die bij vrouwen een specifieke rol kunnen spelen. Denk aan een vroege menopauze, zwangerschapscomplicaties, miskramen, migraine of bepaalde auto-immuunziekten. “Je moet echt goed uitvragen wat er speelt”, legt Carla uit. „Daar is op een reguliere poli niet altijd voldoende tijd voor. Het gaat niet alleen om het stellen van een diagnose. Je moet ook goed kunnen uitleggen wat er aan de hand kan zijn, samen zoeken naar de juiste behandeling en iemand daarin begeleiden.”
Op de vrouwenhartpoli krijgen nieuwe patiënten daarom meer consulttijd dan op een reguliere cardiologiepoli. Daardoor is er ruimte voor verdieping, uitleg, leefstijl en begeleiding bij medicatie.
Van onbegrepen klachten naar een gerichtere aanpak
De vrouwenhartpoli is bedoeld voor patiënten bij wie al onderzoek is gedaan, maar bij wie nog geen goede verklaring is gevonden voor de klachten. Niet elke vrouw met hartklachten komt dus automatisch op deze poli terecht. De reguliere diagnostiek en behandeling blijven vanzelfsprekend belangrijk. Als verder onderzoek nodig is, kijkt het team onder andere naar de werking van de kleine bloedvaten en mogelijke vaatspasmen. Zo kan voor patiënten met onbegrepen klachten gerichter worden gezocht naar een verklaring én behandeling.
“We willen deze patiënten gerichter kunnen helpen”, vertelt Carla. „Dat betekent goed kijken naar de risicofactoren, aandacht voor leefstijl en waar nodig het zorgvuldig aanpassen van medicatie. Maar ook: patiënten goed uitleggen wat er speelt. Juist die combinatie van aandacht, tijd en expertise kan een groot verschil maken.”
Persoonsgerichte zorg voor het vrouwenhart
Met de komst van de vrouwenhartpoli zet Bravis opnieuw een stap richting persoonsgerichte en passende zorg. De poli biedt ruimte voor specialistische aandacht waar dat nodig is en helpt een groep patiënten die zich in het verleden niet altijd herkend voelde in de bestaande zorgpaden. Carla: “Uiteindelijk probeer je mensen zo gezond mogelijk te houden en de ziektelast zo klein mogelijk te maken. Bij deze groep patiënten kan de impact van de klachten op het dagelijks leven groot zijn. Als we hen beter kunnen begeleiden en behandelen, hopen we dat mensen zich beter gaan voelen en zich ook meer gehoord voelen.”