Insulinepomp

Een insulinepomp is een klein apparaat dat je op je lichaam draagt. De pomp geeft de hele dag en nacht kleine hoeveelheden insuline af. Dit heet basaal. Zo werkt de pomp een beetje zoals een gezonde alvleesklier.

Bij eten of een hoge bloedglucose geef je extra insuline. Dit heet een bolus. Met een insulinepomp hoef je meestal geen insuline meer te spuiten met pennen.

Er zijn verschillende soorten insulinepompen. Ze helpen om de bloedsuiker stabieler te houden. Daardoor heb je vaak minder schommelende glucosewaarden.

Insulinepomp

Hoe werkt een insulinepomp?

Basaal
De pomp geeft 24 uur per dag kleine hoeveelheden kortwerkende insuline af. Dit gaat via een dun slangetje of naaldje (canule) onder de huid.

Bolus
Voor maaltijden of om een hoge bloedsuiker te corrigeren geef je extra insuline via de pomp.
De hoeveelheid insuline hangt af van:

  • het aantal koolhydraten dat je eet
  • jouw persoonlijke koolhydraat/insuline-ratio


Soorten pompen

  • Pompen met een slangetje: het slangetje en de canule vervang je elke 3 tot 7 dagen
  • Patchpompen: deze plak je direct op de huid, zonder slangetje


Bediening
De pomp bedien je (afhankelijk van het merk pomp):

  • Op de pomp zelf
  • Of met een afstandsbediening
     
  • Of een smartphone-app (bij sommige pompen)
 


Voordelen van een insulinepomp

  • Betere bloedglucosecontrole
  • Minder hypo’s en hypers
  • Meer flexibiliteit bij eten en bewegen
  • Geen injecties meer met insulinepennen
 


Nadelen insulinepomp

  • Start = tijdsinvestering. Het gaat niet vanzelf.
  • Je draagt de pomp dag en nacht. Daardoor ben je er vaker mee bezig en word je vaker aan je diabetes herinnerd. De pomp kan ook zichtbaar zijn voor anderen. Dat is voor veel mensen even wennen.
  • Je moet koolhydraten kunnen tellen, zodat de pomp kan berekenen hoeveel insuline je nodig hebt bij een maaltijd. Die insuline moet je zelf toedienen. De pomp doet dit niet automatisch.
  • Soms kan de insulinetoediening stoppen, bijvoorbeeld als het naaldje of slangetje verstopt raakt. Dan kan je diabetes snel ontregeld raken. De pomp geeft gelukkig vaak wel een waarschuwing als er iets niet goed gaat. Maar hierdoor heb je wel meer kans op een ketoacidose (link naar webpagina ketoacidose)
  • Een insulinepomp betekent niet dat je diabetes altijd perfect onder controle is. Ook met een pomp kunnen er schommelingen optreden.
  • De pleister van de infuusset of patchpomp kan de huid irriteren en soms zelfs een ontsteking veroorzaken. Met de juiste tips kun je de kans op huidproblemen verkleinen.
 


Soorten pompen en systemen

  • Slangpompen: pomp met een slang naar de canule
  • Patchpompen: zonder slang, direct op de huid
  • Hybride Closed Loop-systemen:
    Deze werken samen met een continue glucosemeter (CGM).
    De pomp past de basale insuline automatisch aan.
    Voor vergoeding van de CGM gelden wel speciale voorwaarden.
 


Vergoeding

  • Een insulinepomp wordt meestal vergoed door de zorgverzekering
  • Vaak geldt een gebruiksperiode van vier jaar
  • Een goede keuze maken is daarom belangrijk


Het diabetesteam van het Bravis Ziekenhuis werkt nu met:

  • MiniMed (Medtronic)
  • Omnipod (Insulet)
  • YpsoPump (Ypsomed)
  • Medtrum touchcare Nano (Medtrum)

In de toekomst kunnen hier meer pompen bij komen.

 


Praktisch: hoe verloopt het traject?

  • Je bespreekt met de diabetesverpleegkundige wat het beste bij je past
  • Samen kiezen jullie een insulinepomp
  • Je krijgt een afspraak bij de diëtist
    • voor het berekenen van je koolhydraat/insuline-ratio en correctiefactor
  • De diabetesverpleegkundige vraagt de pomp voor je aan
  • De leverancier bezorgt de pomp
  • Je bereidt je voor met een video of online module
  • Je krijgt instructie van de leverancier
  • Je ontvangt vooraf je instellingen en een afspraak bij de diabetesverpleegkundige
  • Je hebt regelmatig contact met de diabetesverpleegkundige
  • De instellingen worden samen aangepast tot ze goed werken
  • Jaarcontrole waarbij het gebruik en pomp instellingen worden besproken

 

Folder nsulinepomptherapie.