- U bevindt zich hier:
- Home
- Afdelingen
- Folders
- Afdeling traumatologie
Afdeling traumatologie
Inleiding
Deze folder geeft algemene informatie over de opname en behandeling op de afdeling traumatologie. Het is goed dat u zich beseft dat uw eigen situatie net anders kan zijn.
Als u na het lezen van de folder nog vragen heeft, kunt u ze altijd stellen. Dit kan aan de verpleegkundige, verpleegkundig specialist/physician assistant, fysiotherapeut of uw arts.
Opname
Opname vindt plaats via de afdeling spoedeisende hulp. Op de afdeling traumatologie worden mensen opgenomen die gewond zijn geraakt door een val of ongeluk.
Op de afdeling spoedeisende hulp vinden verschillende onderzoeken plaats. Zoals röntgenfoto’s, bloed prikken en een algemeen onderzoek. Het is belangrijk om te weten of u medicijnen gebruikt, allergieën heeft en hoe uw conditie is. Als alle uitslagen bekend zijn, brengen ze u naar de verpleegafdeling. Daar krijgt u (en als u dit prettig vindt, uw familie) verdere informatie.
U kunt geopereerd worden of worden behandeld zonder operatie. Dit hangt af van de reden van uw opname.
Op werkdagen lopen de verpleegkundige en de verpleegkundig specialist of physician assistant visite bij u. Daar kunt u eventuele vragen aan stellen. Als het nodig is, vindt er overleg plaats met uw arts.
Behandelingsbeperking
Op de spoedeisende hulp zal altijd gesproken worden over reanimeren en beademen. Bij reanimatie of beademing is er vaak geen tijd om met uw contactpersonen te overleggen over de behandeling. Daarom is het belangrijk dit vooraf te bespreken en afspraken te maken. De afspraken worden in het medisch dossier vastgelegd.
Geestelijke verzorging
Er verandert soms veel in uw leven als u ziek bent of opgenomen wordt. Het kan dan fijn zijn met iemand in gesprek te gaan. De geestelijke verzorgers van het Bravis ziekenhuis bieden u graag een luisterend oor.
De gesprekken kunnen gaan over wat u nu bezighoudt of waar u zich zorgen over maakt. Ze gaan zorgvuldig om met wat u in vertrouwen vertelt. Natuurlijk mag u hierbij altijd rekenen op respect.
Wilt u een gesprek met een geestelijk verzorger? Dan kunt u dit aan de verpleegkundige laten weten.
De operatie
Als u geopereerd moet worden is het belangrijk dat u nuchter bent. Dit betekent niet eten, drinken en roken voor de operatie. Mogelijk krijgt u een infuus voor medicijnen en vocht. Soms kan een blaaskatheter nodig zijn. Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje.
De operatie kan plaatsvinden met een ruggenprik, plaatselijke verdoving of onder algehele narcose .
De anesthesist zal dit met u bespreken.
Complicaties
Een operatie brengt altijd risico’s met zich mee. Deze worden vooraf met u besproken.
Een aantal mogelijke complicaties wordt hier kort beschreven:
Doorligplekken (decubitus)
Door beperkte beweging en een verminderde conditie is de kans groter op het krijgen van doorligplekken. Om deze kans te verkleinen, wordt u zo snel mogelijk geholpen om uit bed te komen. Meer informatie over doorliggen (decubitus) kunt u lezen in de folder Decubitus of doorliggen.
Infectie
Het risico op een infectie van de wond bestaat na elke operatie. Tijdens de opname zal er alles aan gedaan worden om dit risico zo klein mogelijk te maken.
Trombose
Bij trombose raakt een bloedvat verstopt door een bloedstolsel.
Om trombose te voorkomen geven wij u bloed verdunnende medicijnen. Dit hangt af van de reden van uw opname.
Hoe verder na de operatie in het ziekenhuis
De eerste dagen na de operatie heeft u hulp nodig bij uw verzorging. Het infuus en eventueel blaaskatheter zullen zo snel mogelijk worden verwijderd. U krijgt pijnstillers om de pijn te verminderen en sneller te herstellen. De fysiotherapie komt na de operatie bij u langs om uitleg voor oefeningen te geven. Als het kan begint u met looptraining of het leren verplaatsen van bed naar stoel.
De transferverpleegkundige
De transferverpleegkundige zal als dit nodig is, bekijken of het mogelijk is direct naar huis terug te keren. Lukt dit niet zal zij andere mogelijkheden bekijken.
De transferverpleegkundige bespreekt met u en uw familie welke zorg het beste past bij uw behoeften en behandeling. Het contact met thuiszorg/revalidatie wordt geregeld door de transferverpleegkundige. U wordt op de hoogte gebracht van alle informatie.
Ontslag
Heeft de arts medicijnen voorgeschreven die u thuis gaat gebruiken na het ontslag uit het ziekenhuis? Dan kunt u deze ophalen bij de poliklinische apotheek van het Bravis Ziekenhuis. Meldt uzelf dan bij de apotheek aan door op de ‘ONTSLAG’ knop van de zuil te drukken.
De apothekersassistent zal met u bespreken hoe u de medicijnen thuis moet gebruiken. Ook eventuele wijzigingen van uw medicijnen die u thuis gebruikt worden doorgenomen. U krijgt een nieuw medicijnoverzicht mee. Dit overzicht wordt ook gedeeld met uw eigen apotheek.
Voor ontslag krijgt u een ontslaggesprek met de verpleegkundige. Belangrijke leefregels voor thuis worden besproken.
De zorg omtrent gips
Soms is het nodig dat u gips krijgt.
Meer informatie over gipsverband kunt u lezen in de folder Gips- en kunststofverbanden.
Hoe verder na de operatie thuis
Als uw behandeling in het ziekenhuis is afgesloten mag u naar huis. Voor ontslag krijgt u uitleg over wat u thuis wel/niet mag/moet doen. Als dit voor u niet duidelijk is kunt u dit navragen bij de verpleegkundige, fysiotherapeut of verpleegkundig specialist/physician assistant.
De eerste maanden zal het operatiegebied gevoelig zijn. Dit is normaal.
Als u twijfelt of vragen heeft thuis dan kunt u contact opnemen met de polikliniek van uw arts.
Poliklinische controle
De afspraak voor de poliklinische controle ontvangt u per email of per post.
Vragen
Heeft u tijdens uw opname nog vragen? Stel ze gerust voor uw ontslag aan de verpleegkundige of verpleegkundig specialist/physician assistant.
Na uw opname kunt u bellen met de polikliniek chirurgie: 088 - 70 67 368 of
polikliniek orthopedie: 088 - 70 68 537. Kijk op de website voor de actuele bereikbaarheid van de poliklinieken.
Heeft u buiten kantooruren een vraag die niet kan wachten tot de volgende werkdag?
Dan kunt u tot één week na uw ontslag bellen met de verpleegafdeling traumatologie GF8: 088 - 70 67 571
Wat te doen bij complicaties?
Heeft u last van:
- een nabloeding;
- koorts vanaf 38,5;
- wondinfectie (roodheid, warmte en/of pus);
- Hevige pijn die niet afneemt met de pijnstillers die bij uw ontslag zijn voorgeschreven.
Tijdens de bereikbaarheid van de poliklinieken belt u naar:
- Polikliniek chirurgie: 088 - 70 67 368
- Polikliniek orthopedie: 088 - 70 68 537
Kijk op de website voor de actuele bereikbaarheid van de poliklinieken.
Buiten kantooruren kunt u tot één week na uw ontslag contact opnemen met de spoedeisende hulp:
- Locatie Roosendaal: 088 - 70 68 889
- Locatie Bergen op Zoom: 088 - 70 67 302
Heeft u buiten kantooruren na 8 dagen nog last van bovenstaand genoemde klacht(en) bel dan met de huisartsenpost: 0164 273855.
Wij wensen u een voorspoedig herstel!
Tot slot
Wij zullen ons best doen om uw verblijf zo prettig mogelijk te laten verlopen. Het kan voorkomen dat u niet tevreden bent of klachten heeft over uw verblijf of behandeling. Wij vragen u dit met afdeling of arts te bespreken. Als u er niet uitkomt, sturen wij u graag door naar het Patiënten Service Bureau in de hal van de polikliniek. Dit kan ook telefonisch: 088 – 70 67 795.
06/25