- U bevindt zich hier:
- Home
- Afdelingen
- Folders
- Armlift/dijbeenlift (dermolipectomie)
Armlift/dijbeenlift (dermolipectomie)
Inleiding
Armlift/dijbeenlift
Dermolipectomie
Inleiding
Bij een armlift verwijdert de plastische chirurg overtollige huid aan de binnenkant van de bovenarmen. Bij een dijbeenlift verwijdert de plastisch chirurg overtollige huid aan de binnenkant van de bovenbenen.
Deze operaties zijn vooral geschikt voor mensen die veel gewicht hebben verloren, bijvoorbeeld door een dieet of maagverkleining. Het beste resultaat wordt bereikt als uw gewicht al langere tijd stabiel is.
Een armlift of dijbeenlift zorgt voor een strakkere lichaamsvorm. De operatie is niet bedoeld om verder af te vallen.
Operatie
Vlak voor de arm- of dijbeenlift tekent de plastisch chirurg het huidoverschot af. U krijgt een algehele verdoving (narcose). Na de operatie blijft u 1 nacht in het ziekenhuis.
Bij deze operaties ontstaan littekens. Deze worden na verloop van tijd minder zichtbaar maar verdwijnen niet helemaal.
Littekens bij een armlift
De littekens zitten aan de onderkant van de bovenarm. Ze kunnen lopen van de elleboog tot in de oksel.
Littekens bij een dijbeenlift
De littekens zitten aan de binnenkant van het bovenbeen tot aan de knie.
Na de operatie
- Uw armen zijn de eerste dagen na de operatie verbonden met hechtpleisters en een drukverband. Houd het drukverband droog.
- Draag gedurende 6 weken dag en nacht drukkleding, bijvoorbeeld in de vorm van een shirt met strakke mouwen. Drukkleding helpt om zwelling te verminderen, ondersteunt het operatiegebied en voorkomt teveel spanning op de wond. U schaft deze kleding zelf aan. De polikliniek kan u adviseren waar u deze kunt bestellen.
- Onder het drukverband zitten hechtpleisters op de littekens. Deze pleisters zijn waterbestendig. Daarom mag u na 2 dagen douchen. Gebruik geen crème op de pleisters omdat deze dan los kunnen laten. Wij raden zwemmen af.
- U krijgt pijnstillers voorgeschreven.
- Draag de eerste 2 weken TED-kousen. Deze krijgt u van het ziekenhuis.
- Doe de eerste weken rustig aan. Voorkom spanning op uw armen of benen. Vermijd gedurende 6 weken zwaar lichamelijk werk, zoals;
- huishoudelijk werk;
- autorijden;
- tuinieren;
- sporten.
- Na 2 weken worden de hechtpleisters verwijderd en de wonden gecontroleerd. De hechtingen worden (deels) verwijderd.
Herstel
Het operatiegebied is in het begin gezwollen en kan blauw verkleuren. Dit kan een drukkend gevoel geven. De zwelling neemt meestal binnen 6 weken af.
- Uw armen of benen kunnen pijnlijk zijn.
- De huid rondom het litteken kan minder gevoelig of gevoelloos blijven. Meestal geeft dit weinig klachten.
- De eerste maanden kunnen de littekens rood (vurig) van kleur zijn, trekken en jeuken. Daarna worden ze minder zichtbaar.
- Bescherm de littekens het eerste jaar na de operatie goed tegen de zon omdat de littekens anders langer actief en rood blijven. Houd de littekens bedekt of smeer ze in met een hoge beschermingsfactor.
- Zodra de wonden helemaal dicht zijn, kunt u de littekens insmeren met een littekencrème.
- Het eindresultaat van de operatie is meestal na 9 tot 12 maanden zichtbaar.
Risico's en complicaties
De plastisch chirurg houdt zoveel mogelijk rekening met uw wensen wat betreft vorm en stevigheid. Toch kan het resultaat afwijken van wat u verwacht.
Bij iedere operatie bestaat een kleine kans op complicaties, zoals:
- problemen door de narcose;
- trombosebeen;
- een wondinfectie;
- een nabloeding.
Daarnaast kunnen de volgende complicaties optreden:
- Er kan wat overtollige huid achterblijven aan de armen. Dit noemen we dogears. Vaak trekt dit vanzelf weg. Soms is een kleine correctie nodig onder plaatselijke verdoving. Dit gebeurt op de polikliniek.
- Er kan wondvocht ontstaan tussen de huid en de spieren. Dit heet een seroom. Dit verdwijnt vanzelf.
- Sommige mensen krijgen een minder mooi litteken. Dit komt door aanleg voor de vorming van bredere, rode en onregelmatig ogende littekens. Soms kan later een littekencorrectie nodig zijn.
- Tijdens de operatie maakt de plastisch chirurg de huid samen met het vetweefsel los van de armspierlaag. Hierdoor kan een deel van het vetweefsel onvoldoende bloed krijgen en afsterven. Dit noemen we vetnecrose.
- Door een verminderde doorbloeding, bijvoorbeeld door oude littekens van eerdere operaties aan de arm, kan een deel van de huid beschadigd raken of afsterven.
- Soms blijft er langere tijd vocht aanwezig of ontstaat lymfoedeem. Behandeling met oedeemtherapie kan dan helpen.
Roken
Roken vertraagt de wondgenezing en vergroot de kans op complicaties.
Gebruik van antistolling en apirine
Antistolling en aspirinegebruik geven een verhoogde kans op nabloedingen.
Wat te doen bij complicaties
Neem contact op met de polikliniek plastische chirurgie als u last heeft van:
- aanhoudende pijn;
- zwelling;
- koorts en/of roodheid van de wond;
- andere klachten waarover u zich zorgen maakt.
Krijgt u de eerste 2 weken na de operatie problemen die te maken hebben met de operatie? Neem dan contact op met het ziekenhuis.
- De polikliniek plastische chirurgie is te bereiken op 088 – 70 68 402.
Kijk voor hun actuele bereikbaarheid op: Plastische chirurgie - Bravis | Bravis.
- Buiten kantoortijden kunt u tot 1 week na de operatie bellen met de afdeling spoedeisende hulp:
locatie Bergen op Zoom: 088 – 70 67 302.
locatie Roosendaal: 088 - 70 68 889.
Gebruikt u de BeterDichtbij app en is uw vraag niet dringend? Stel dan uw vraag via de BeterDichtbij app.
Heeft u nog geen uitnodigen voor deze app ontvangen? Neem dan telefonisch contact op met de polikliniek plastische chirurgie.
08/26