- U bevindt zich hier:
- Home
- Afdelingen
- Folders
- Diabetes type 2
Diabetes type 2
Diabetes type 2
U heeft diabetes type 2. Uw lichaam regelt niet zelf de bloedglucosespiegel. Daarom moet u uw lichaam daarbij helpen.
Hier leggen we u uit wat diabetes type 2 is en hoe de behandeling van uw diabetes eruit gaat zien.
Titel instructiekaart
Paragraaf tekst
Titel instructiekaart
Paragraaf tekst
Titel instructiekaart
Paragraaf tekst
Woordenboek
Diabetes is een ingewikkelde ziekte. Het is belangrijk om eerst een paar moeilijke woorden uit te leggen:
Koolhydraten
Onze voeding bestaat uit voedingsstoffen. Eén van die voedingsstoffen zijn koolhydraten. Koolhydraten geven ons energie. Ze zitten bijvoorbeeld in brood, pasta, aardappelen en fruit.
(Lichaams)cel
Uw lichaam bestaat uit lichaamscellen. Deze cellen kunt u zien als kleine bouwsteentjes. Ze zijn zo klein, dat ze alleen met een microscoop te zien zijn. Elke lichaamscel heeft een eigen taak die hij moet uitvoeren. Door de samenwerking tussen de cellen kan ons lichaam werken.
Insuline
Insuline is een stof (hormoon) die wordt aangemaakt in de alvleesklier. Insuline speelt een belangrijke rol in het regelen van uw bloedglucosespiegel. Insuline werkt als een soort sleutel.
Bloedglucosespiegel
De bloedglucosespiegel is de hoeveelheid suiker die op een bepaald moment in uw bloed zit. Dit wordt ook wel bloedsuikerwaarden of bloedsuikerspiegel genoemd.
Insulineresistentie
Insulineresistentie betekent dat uw cellen minder gevoelig zijn geworden voor insuline. De insuline kan daardoor minder goed zijn werk doen.
Wat is diabetes type 2?
Oorzaken
Er zijn meerdere dingen die de kans op diabetes type 2 kunnen vergroten:
Ouderdom;
Te weinig lichaamsbeweging;
Ongezond eten;
Overgewicht;
Roken;
Erfelijkheid.
Bij sommige mensen is de oorzaak onduidelijk.
De bloedglucosespiegel
Goede bloedglucosewaarden
Het is het beste om uw bloedglucosewaarden tussen de 4 en de 10 mmol/l (millimol per liter) te houden. Daarmee verkleint u de kans op gezondheidsproblemen zo veel mogelijk.
Hyper
Bij een hyper (hyperglykemie) heeft u een bloedglucosewaarde hoger dan 10 mmol/l. Dit betekent dat u teveel glucose in uw bloed heeft. Het is dan belangrijk om even te bewegen of eventueel medicijnen te gebruiken.
U herkent een hyper aan de volgende klachten:
Veel moeten plassen;
Erge dorst die niet overgaat;
Misselijkheid of overgeven;
Geen eetlust hebben of juist erg hongerig zijn;
Slecht zien;
Moe zijn.
Bij de volgende klachten moet u direct contact opnemen met het ziekenhuis:
misselijkheid;
braken;
sufheid
Bij erge hypers kunt u uw bewustzijn verliezen of in coma raken. Als er te weinig insuline in uw bloed zit kan er een verzuring van het bloed ontstaan. Dit noemen keto-acidose. In dat geval moet iemand altijd 112 bellen. Een ernstige hyper kunt u herkennen aan een diepe ademhaling.
Hypo
Als u ook insuline moet spuiten, is het belangrijk dat u uzelf niet teveel insuline geeft. Uw bloedglucose kan dan te laag worden. Dat heet een hypo (hypoglykemie). Bij een hypo heeft u een bloedglucosewaarde lager dan 4 mmol/l. Dit betekent dat u meer koolhydraten moet eten of drinken.
U herkent een hypo aan de volgende klachten:
Hongergevoel;
Zweten;
Hartkloppingen;
Snel geïrriteerd zijn en/of een wisselend humeur;
Slechte concentratie;
Duizelingen;
Trillen;
Hoofdpijn;
Slecht zien;
Moe zijn.
Bij erge hypo’s kunt u uw bewustzijn verliezen, in coma raken of een epileptische aanval krijgen. In dat geval moet iemand anders altijd 112 bellen en glucagon neusspray toedienen.
Schade door hypo’s en hypers
Op korte termijn kunnen (ernstige) hypers en hypo’s ervoor zorgen dat u uw bewustzijn verliest of in coma raakt.
Als u vaak en langdurig last heeft van hypo’s en hypers kan dit het lichaam op lange termijn beschadigen. U kunt bijvoorbeeld schade krijgen aan uw ogen, bloedvaten en zenuwen. Daardoor kunt u blind worden, last krijgen van hart- en vaatziekten, zenuwziekten en/of nierfalen.
Het is daarom erg belangrijk dat uw bloedglucosewaarden zo veel mogelijk binnen de 4 en de 10 mmol/l blijven.
Behandeling
Diabetes gaat niet meer over. Er is (nog) geen behandeling die de ziekte kan genezen. Wel kunt u zelf ervoor zorgen dat uw bloedglucosespiegel zo veel mogelijk binnen de juiste waarden blijft. We leggen u in grote lijnen uit hoe de behandeling van diabetes type 2 eruitziet:

Bloedglucose meten
Het is belangrijk om uw bloedglucosespiegel regelmatig te meten. Zo weet u bijvoorbeeld hoeveel koolhydraten u kunt eten of hoeveel insuline u uzelf moet geven.
Bloedglucosemeter
U kunt uw bloedglucose meten met een bloedglucosemeter. U prikt dan met een speciale prikpen in uw vinger zodat er een klein druppeltje bloed uitkomt. De druppel vangt u op met de meter. De meter vertelt u in een paar seconden wat uw bloedglucosewaarde is.
Koolhydraten en voeding
Het is belangrijk dat u goed let op wat u eet en hoeveel koolhydraten er in uw eten zitten. Ook de kwaliteit van de koolhydraten is belangrijk: goede koolhydraten zijn de koolhydraten die van nature in uw eten zitten, bijvoorbeeld in volkorenbrood, fruit en peulvruchten. Slechte koolhydraten zijn de suikers die aan uw eten zijn toegevoegd, zoals in snoep, frisdrank en witbrood.
Probeer gezond te eten en de voedingsstoffen binnen te krijgen die uw lichaam nodig heeft.
Voldoende beweging
Uw lichaam zet suikers om in energie. Deze energie gebruikt u ook wanneer u beweegt. Voldoende beweging kan helpen om uw bloedglucose te verlagen.
Roken en alcoholgebruik
Rookt u of drinkt u? Stop hier dan mee. Door te roken en/of te drinken vergroot u de kans op gezondheidsproblemen door uw diabetes.
Medicijnen
Uw arts kan u medicijnen voorschrijven die uw bloedglucosespiegel verlagen. Er worden dan ook vaak medicijnen voorgeschreven die uw cholesterol en bloeddruk verlagen om de kans op hart- en vaatziekten te verkleinen.
Insuline toedienen
Sommige mensen die diabetes type 2 hebben, moeten zichzelf ook insuline geven. Dit kan met een insulinepen. Dit is een prikpen waarmee u bij uzelf een beetje insuline kunt inspuiten, bijvoorbeeld in uw been of buik.
Glucosesensor
Als u meerdere keren per dag insuline gebruikt, kunt u ook een glucosesensor gebruiken om uw bloedglucose te meten. Dit is een kleine ronde schijf die u op uw lichaam prikt (bijvoorbeeld in uw arm). De sensor meet constant uw bloedglucosewaarden en is via bluetooth verbonden met een apparaat waarmee u de sensor kunt aflezen. Zo kunt u uw bloedglucosepiegel controleren. De sensor kan tot zo’n 14 dagen blijven zitten.
Meer informatie
Meer informatie

Wilt u meer weten over diabetes type 2? Bekijk dan de volgende websites:
Titel instructiekaart
Paragraaf tekst
Contact
Vragen?
Graag via de Beter Dichtbij app.

Spoedvragen
Binnen kantoortijden: Bel tussen 8:00-12:30 en tussen 13:30-16:00 uur T 088 - 706 8540
Buiten kantoortijden: Bel met uw huisartsenpost. Gebruikt u een insulinepomp? Dan belt u de Eerste hulp T 088- 706 8000 en vraag naar de dienstdoende internist.
Wat zijn spoedvragen?
Misselijk, sufheid en braken
Plots hoge of lage glucose waarde zonder duidelijke oorzaak die u niet zelf opgelost krijgt
Kapotte insulinepomp
Insuline advies bij het door elkaar halen van insulinesoorten/doseringenTitel instructiekaart