Duizeligheid

Inleiding

In deze folder staat informatie over duizeligheid en welke klachten daarbij horen. 

Wat is duizeligheid?

Iedereen voelt zich wel eens duizelig. Toch is het lastig om precies uit te leggen wat duizeligheid is.
Uw
lichaam krijgt de hele dag informatie over uw omgeving en over de stand van uw lichaam. Deze informatie komt van:

  • het evenwichtsorgaan in uw oor; dit orgaan is gevoelig voor veranderingen van de stand van het hoofd;
  • de ogen; met open ogen kunt u beter lopen en stilstaan; 
  • de spieren en pezen; signalen uit de benen en de nek geven informatie over de stand van het lichaam en van het hoofd ten opzichte van het lichaam. De hersenen verwerken al deze informatie. Daarna sturen ze signalen naar de spieren. Zo blijft u in balans. 

Komen er verkeerde of onbekende signalen binnen? Dan kunt u zich duizelig voelen.
Duizeligheid is een gevoel dat u zelf ervaart. Het is moeilijk om dit precies te meten.

Oorzaken van duizeligheid

Duizeligheid en evenwichtsklachten kunnen ontstaan als er ergens iets niet goed werkt in het systeem. 

 

Aanval van draaiduizeligheid

Bij een probleem in het evenwichtsorgaan kunt u ineens erg duizelig worden. U kunt dan het gevoel hebben dat alles om u heen draait. Vaak bent u ook misselijk of moet u overgeven.
Zo’n aanval kan een paar minuten tot uren duren en gaat vaak vanzelf weer over.

 

Veelvoorkomende oorzaken zijn: 

  • een ontsteking van het evenwichtsorgaan (bijvoorbeeld na griep); 
  • de ziekte van Ménière; 
  • migraine (de duizeligheid gaat dan vaak samen met hoofdpijn); 
  • een probleem met de doorbloeding of een bloeding in de evenwichtsorganen en/of (kleine) hersenen. 

Bij de ziekte van Ménière en migraine treden bij herhaling klachten op van duizeligheid. Er kan na een aanval van draaiduizeligheid schade ontstaan aan het evenwichtsorgaan. U kunt nog een lange tijd last houden van een onzeker gevoel of moeite met het evenwicht en het gevoel hebben te kunnen vallen (bijvoorbeeld bij snelle bewegingen). 

 

BPPD (positieduizeligheid)

Bij benigne paroxysmale positieduizeligheid (BPPD) bent u kort duizelig (enkele seconden) bij bepaalde bewegingen: 

  • bukken; 
  • omhoog kijken; 
  • omdraaien in bed; 
  • gaan liggen. 

De oorzaak zijn kleine “steentjes” in uw evenwichtsorgaan. Dit is vervelend maar onschuldig. De klachten gaan vaak vanzelf over. 

 

Lage bloeddruk

Een daling van de bloeddruk bij opstaan of lang staan, kan leiden tot een licht gevoel in het hoofd. Dit noemt men orthostatische hypotensie en kan soms een bijwerking zijn van medicijnen.

Bloedsuikerdaling

Bij een lage bloedsuiker kunt u ook duizelig worden. Dit kan ook gebeuren bij vergiftiging door bijvoorbeeld alcohol of medicijnen. 

 

Angst en spanning

Angst en spanning (al dan niet in combinatie met hyperventilatie) en depressie kunnen ook duizeligheidsklachten geven. U ervaart dan vaak een licht of zweverig gevoel. Meestal draait de omgeving dan niet. 

Onderzoek

Uw verhaal is heel belangrijk. Op basis daarvan kan de KNO-arts vaak al een idee krijgen van de oorzaak.
De KNO-arts let vooral op de antwoorden van een aantal vragen:

  • Wat voelt u precies? Draait alles? Voelt u zich licht in het hoofd? Heeft u het gevoel dat u gaat vallen? 
  • Hoe begonnen de klachten? Plotseling of langzaam? Hoe lang duren ze? Bent u altijd duizelig? 
  • Wanneer heeft u klachten? Bijvoorbeeld bij bewegen, (op)staan of in drukke ruimtes? 
  • Heeft u andere klachten? Zoals slechthorendheid, oorsuizen, hoofdpijn, misselijkheid, braken, hartkloppingen, transpireren, moeite met praten, dubbelzien, benauwdheid of angst?

De KNO-arts vraagt ook naar uw gezondheid en medicijngebruik.
Soms is één afspraak niet genoeg. Dan komt er een tweede afspraak of extra onderzoek.

 

Onderzoeken die mogelijk al gedaan zijn door de huisarts 

  • kijken in uw oren; 
  • testen van uw ogen, houding en evenwicht; 
  • meten van uw bloeddruk en hartslag; 
  • bloedonderzoek. 

 

Aanvullend onderzoek door de KNO-arts 

  • gehoortest; 
  • onderzoek van het evenwichtsorgaan; 
  • soms een CT-scan of MRI-scan. 

Met deze onderzoeken probeert de KNO-arts de oorzaak stap voor stap te vinden. 

Behandeling

De behandeling hangt af van de diagnose die wordt gesteld.

 

Medicijnen

Bij een acute aanval kunnen medicijnen helpen tegen duizeligheid en misselijkheid.
Soms krijgt u medicijnen om nieuwe aanvallen te voorkomen, bijvoorbeeld bij de ziekte van Ménière en migraine. Of onderhoudsmedicatie nodig is, hangt af van hoe vaak de aanvallen optreden.

 

Oefeningen (repositiemanoeuvres)

BPPD kan goed behandeld worden met manoeuvres waarbij de losliggende ‘steentjes’ worden teruggebracht naar de plek in het evenwichtsorgaan waar ze vandaan komen. 

 

Fysiotherapie

Bij BPPD kan de fysiotherapeut oefeningen doen om dit te verbeteren.

 

Operatie

Heel soms is een operatie nodig, meestal alleen bij de ziekte van Ménière. 

Contact

De polikliniek KNO is tijdens kantooruren telefonisch te bereiken op: 088 - 70 67 342.
Kijk op de website voor de actuele bereikbaarheid van de polikliniek: KNO - Bravis.

 

Gebruikt u de BeterDichtbij app en is uw vraag niet dringend? Stel dan uw vraag via de BeterDichtbij app.
Heeft uw vraag spoed of heeft u nog geen uitnodiging ontvangen voor BeterDichtbij? Neem dan telefonisch contact op met de polikliniek KNO.

 

Het is niet mogelijk om in een voorlichtingsfolder alle details voor elke situatie te beschrijven. Heeft u nog vragen over deze folder, aarzel dan niet deze te stellen aan uw KNO-arts. 

 

06/26

 

Heeft u vragen?

Heeft u nog vragen? Stel ze gerust via de app BeterDichtbij.
Ontbreekt er informatie in deze folder?