- U bevindt zich hier:
- Home
- Afdelingen
- Folders
- Ooglidcorrectie (boven)
Ooglidcorrectie (boven)
Inleiding
Het komt regelmatig voor dat de huid rond de bovenoogleden zo uitrekt dat het over de ogen heen gaat hangen (blepharochalasis). Hierdoor ziet u soms slechter. Veel mensen vinden ook dat ze er moe of ouder uitzien. Soms krijgt u last van hoofdpijn. Met een operatie kan de plastisch chirurg de huid van het bovenooglid strakker maken. Soms gebeurt dit tegelijk met een correctie van het onderooglid.
Wat u moet weten voor de operatie
Vergoeding
De operatie wordt alleen door uw zorgverzekeraar vergoed als er een medische reden is. Is die er niet, dan moet u de operatie zelf betalen. Uw verzekering bepaalt de voorwaarden. Er moet sprake zijn van een lichamelijke functiestoornis. Daarvan is meestal sprake als:
- de huid of het ooglid 1 millimeter of lager boven het midden van de pupil hangt;
- bijna de helft van de pupil is bedekt;
- u daardoor slechter ziet.
Klachten zoals er vermoeid uitzien, druk op de ogen of hoofdpijn, gelden niet als medische reden.
Foto’s voor beoordeling
De plastisch chirurg maakt foto’s van uw ogen. De medisch adviseur van de zorgverzekeraar beoordeelt die. Op de foto moet duidelijk te zien zijn dat het ooglid of de huid te laag hangt.
Ontevreden over resultaat
Het resultaat is nooit helemaal te voorspellen. Soms valt het tegen. Een extra operatie kan nodig zijn. De kosten van de extra operatie zijn vaak voor u zelf.
Psychische stoornissen
De operatie zorgt voor verbetering, maar niet voor perfectie. Bespreek met uw plastisch chirurg als u psychische of emotionele problemen hebt. Een minder mooi resultaat kan stress geven.
Medicijnen
Vertel uw arts altijd welke medicijnen u gebruikt, vooral bloedverdunners.
Roken en meeroken
Als u rookt of meerookt, hebt u meer kans op complicaties en een slechtere wondgenezing. Stop daarom 6 weken voor de operatie met roken.
Voor de operatie
- De operatie gebeurt onder plaatselijke of algehele verdoving.
- Bij algehele verdoving moet u nuchter zijn en wordt u opgenomen voor dagbehandeling.
- U krijgt van de secretaresse te horen hoe laat en waar u zich moet melden.
Als u contactlenzen draagt moet u die van tevoren uitdoen.
- Gebruik geen make-up of gezichtscéme.
De operatie
- De plastisch chirurg tekent af welke huid wordt verwijderd.
- Er komt een snee in de plooi van het bovenooglid.
- Overtollige huid, spier en vet worden weggehaald.
- De wond wordt gesloten met een dunne hechtdraad en kleine pleisters.
- Het grootste deel van het litteken ligt in de natuurlijke plooi en is meestal nauwelijks zichtbaar.
Na de operatie
- Volg alle instructies van de plastisch chirurg goed op.
- Draag 1 week geen contactlenzen.
- Koel uw oogleden regelmatig met een koelbril of een zakje diepvrieserwten. Het koelen helpt tegen de zwelling en de pijn.
- Til, pers of buk niet in de eerste week na de operatie.
- De hechtingen worden na ongeveer 7 dagen verwijderd.
In de eerste weken kan de huid blauw worden tot op de wang. Nadat het blauw verdwenen is, is er nog een zwelling die langzaam verdwijnt. Het resultaat is meestal goed zichtbaar na 3 maanden Een litteken heeft 12 maanden nodig om volledig te herstellen.
Risico's en complicaties
Elke operatie heeft risico’s. Laat u daarover informeren voordat u besluit of u de operatie wilt.
Asymmetrie
Ogen zijn nooit helemaal gelijk. Na de operatie kan er verschil blijven of ontstaan. Zwellingen kunnen ook voor asymmetrie zorgen.
Doof gevoel van het ooglid
Het ooglid kan gevoelloos zijn door het doorsnijden van kleine zenuwtakjes. Dit kan 3 tot 6 maanden duren.
Littekenvorming
Een bovenooglidcorrectie laat een litteken achter. Soms ontstaan kleine geel/witte bobbeltjes (cystes) in het litteken. Meestal verdwijnen deze vanzelf. Soms moet de plastisch chirurg ze verwijderen. Het litteken kan tijdelijk dikker zijn of van kleur veranderen.
Droge ogen
Na de operatie kunnen uw ogen tijdelijk wat droog aanvoelen omdat de traanproductie iets verstoord kan worden. Dit gaat vanzelf weer over. Hebt u dit al vóór de operatie? Meld dit dan. De klachten kunnen door de operatie erger worden. U kunt oogdruppels of zalf krijgen.
Wond die open gaat
Dit geneest meestal vanzelf. Soms moet opnieuw worden gehecht.
Infectie
De kans is erg klein, maar het kan gebeuren.
Pijn
Uw oogleden kunnen pijnlijk en gevoelig zijn. Paracetamol helpt meestal goed. Helpt dit niet? Neem dan contact op met uw plastisch chirurg.
Nabloeding
Er kan een bloeding ontstaan in of achter het ooglid. Door een bloeding achter het ooglid kan het zicht minder worden. In zeer zeldzame gevallen kan het leiden tot blindheid.
Bel direct uw plastisch chirurg bij:
- minder scherp zien;
- heftige pijn die niet reageert op paracetamol.
Risico’s van verdoving
Bij elke vorm van verdoving (zowel plaatselijke als algehele verdoving) is er een risico op complicaties, letsel en zeer zelden overlijden.
Allergische reacties
U kunt reageren op tape, hechtmateriaal, lijm, bloedproducten, preparaten of geïnjecteerde middelen. Ook ernstige reacties, waaronder een anafylactische shock, kunnen optreden als reactie op medicijnen die gebruikt worden tijdens de operatie en medicijnen op voorschrift. Bij al deze reacties kan extra behandeling nodig zijn. Meld altijd welke allergieën u heeft.
Wat te doen bij complicaties
Krijgt u de eerste 2 weken na de operatie problemen die te maken hebben met de operatie? Neem dan contact op met het ziekenhuis.
De polikliniek plastische chirurgie is te bereiken op telefoonnummer 088 - 70 68 402. Kijk voor hun actuele bereikbaarheid op: Plastische chirurgie - Bravis | Bravis.
- Buiten kantoortijden kunt u tot 1 week na de operatie bellen met de afdeling spoedeisende hulp:
- locatie Bergen op Zoom: telefoonnummer 088 - 70 67 302.
- locatie Roosendaal: telefoonnummer 088 - 70 68 889.
- Heeft uw vraag geen spoed? Neem dan contact op via de Beter Dichtbij App.
05/26