- U bevindt zich hier:
- Home
- Afdelingen
- Folders
- Uw kind begeleiden als u kanker heeft
Uw kind begeleiden als u kanker heeft
In het kort
U heeft te horen gekregen dat u kanker heeft. Het is belangrijk om dit met uw kind te bespreken. Dat kan moeilijk zijn. U wilt uw kind het liefst verdriet besparen. Toch is het beter om uw kind te vertellen dat u kanker heeft. Kinderen merken dat er iets aan de hand is. Elke ouder doet dit op zijn eigen manier. Hier krijgt u tips om uw kind goed te begeleiden. Zo helpt u uw kind om met de situatie om te gaan.
Het gesprek
Belangrijk om het te vertellen
Kinderen voelen vaak als er iets aan de hand is. Vertel daarom aan uw kind wat er speelt. Zo maakt de fantasie van uw kind de situatie niet erger dan het is. U hoeft het dan zelf ook niet geheim te houden, en u kunt uw gevoelens uiten.

Kies een goed moment
Vertel het op een rustig moment, maar wacht niet te lang. Het is goed om het te vertellen als u zelf uw emoties een beetje onder controle heeft. Vertel het pas als u zeker weet dat u kanker heeft.
Vertel het gezamenlijk
Kunt u het samen met de andere ouder vertellen? Dan is dat het beste. U ziet dan samen hoe het kind reageert. Ook kan uw kind dan zien hoe beide ouders met het nieuws omgaan.
Vertel het tegelijk aan al uw kinderen
Heeft u meerdere kinderen? Dan is het belangrijk dat u ze het tegelijk vertelt. Zo weet u zeker dat uw kind van u hoort dat u kanker heeft. Het kan zijn dat uw kinderen verschillend reageren. Later kunt u uw ziekte nog één op één met uw kinderen bespreken.
Gebruik makkelijke woorden
Gebruik woorden die uw kind kan begrijpen. Pas uw taalgebruik aan naar het niveau van uw kind.
Wees eerlijk
Vertel alles eerlijk, houd geen dingen achter. Zeg het woord 'kanker' en leg op een eenvoudige manier uit wat het is. Leg uit wat er aan de hand is, maar loop niet op de zaken vooruit.
Reacties van uw kinderen
Uw kind kan op verschillende manieren reageren als u vertelt dat u kanker heeft. Reacties kunnen meteen volgen, maar zich ook pas na een tijdje voordoen.
Lichamelijke problemen
Uw kind kan de volgende lichamelijke problemen ervaren:
hoofdpijn
buikpijn
slecht kunnen slapen
Veranderingen in gedrag
Uw kind kan ander gedrag laten zien. Bijvoorbeeld:
bang of boos zijn;
verdrietig of ongelukkig zijn;
zich schuldig voelen;
zich afzonderen of juist erg om aandacht vragen;
niet meer met vriendjes willen spelen;
terugvallen in gedrag van eerder, zoals bedplassen.
Wanneer heeft uw kind hulp nodig?
Herkent u uw kind niet meer? Dan is het goed om erover te praten. En om hulp te zoeken. Bijvoorbeeld als:
Uw kind vaak ruzie heeft met vrienden.
De reactie van uw kind niet past bij wat er is gebeurd.
Uw kind steeds meer problemen krijgt.
De problemen lang blijven, terwijl het in het gezin weer rustig is.
Professionele hulp
Wij raden professionele hulp aan als uw kind last heeft van:
angst, bijvoorbeeld om naar school te gaan;
schuldgevoelens;
ernstige somberheid, of lang sombere gevoelens;
een negatief zelfbeeld.
Het is goed om erover te praten en om hulp te zoeken. Voor uw kind kan dat via de huisarts of school. Professionele hulp kan u ook helpen om te leren hoe u zelf het best met uw kind kunt praten. En om sociale steun te bieden. Hiervoor kunt u onder andere terecht bij een zorgverlener.
Gevolgen voor kinderen
Baby's
Gedrag van baby's
De ziekte kan ervoor zorgen dat de dagelijkse dingen anders verlopen dan normaal. De structuur valt dan weg. Uw baby:
Gedraagt zich anders dan normaal.
Voelt het verdriet van de ouder en wordt onrustig.
Kan veel gaan huilen.
Kan slecht gaan slapen.
Kan moeite hebben met eten en drinken.
Kan veel gaan spugen.
Tips bij baby's
Laat uw kind weten dat u er bent. Bijvoorbeeld door uw kind vast te houden, op schoot te nemen, te knuffelen en zachtjes tegen uw kind te praten.
Zorg voor structuur die uw kind gewend is. Het liefst door een vaste verzorger.
Is uw kind iets ouder en boos? Laat uw kind eerst boos zijn en troost het daarna.
Laat uw kind zoveel mogelijk tijd met u doorbrengen in het ziekenhuis als dat mogelijk is.
Peuters en kleuters
Gedrag van peuters
Door ziekte wordt de structuur van uw dag vaak anders. Uw peuter kan meestal veel zelf, maar soms is er geen tijd om hem dat te laten doen. Uw peuter kan:
Heel boos worden als het zijn zin niet krijgt. Uw peuter kan gaan schoppen, slaan, bijten, knijpen en gillen.
Terugvallen in het gedrag van toen hij jonger was. Dit gebeurt als een peuter heel gespannen of gefrustreerd is.
Gedrag van kleuters
Vaak zijn kleuters wat minder koppig en hebben ze wat meer geduld dan peuters. Ook hebben ze meer inlevingsvermogen. En ze kennen meer woorden. Ze zien zichzelf als meest belangrijk in de wereld. Kleuters hebben vaak ook veel fantasie.
Tips bij peuters en kleuters
Geef uw kind de ruimte om zoveel mogelijk zelf te doen.
Probeer zoveel mogelijk structuur te houden in de dingen die u doet.
Leg uit dat u nog steeds dezelfde ouder bent, ook al verandert uw uiterlijk.
Is uw kind bang in het donker? Geef uw kind een lampje naast het bed.
U kunt verkleedspelletjes doen met bijvoorbeeld een dokterskoffertje of een ziekenhuis. Zo kunt u samen 'doktertje' spelen.
Kinderen 6-12 jaar
Gedrag van kinderen van 6-12 jaar
Kinderen in deze leeftijdsfase:
Hebben interesse in biologie en uiterlijke veranderingen.
Hebben soms moeite om hun gevoelens te uiten. Ze huilen regelmatig in stilte.
Kunnen een verzorgende rol aannemen, waardoor ze de hulp die ze zelf nodig hebben ontkennen.
Tips
Stel uw kind gerust door te vertellen dat er altijd iemand is die voor uw kind zorgt.
Deel uw eigen gevoelens met uw kind. Pas op dat u niet uw eigen angsten overdraagt.
U kunt de situatie tekenen of naspelen. Dat kan het kind helpen bij het voorbereiden op wat er komen gaat.
Is uw kind nieuwsgierig naar het ziekenhuis? Neem uw kind dan eens mee.
Kinderen 12 jaar en ouder
Gevoelens en gedrag van een tiener
Gevoelens van tieners lijken steeds meer op die van volwassenen. Ze kunnen zich anders gaan gedragen als ze weten dat u ziek bent. U kunt denken aan:
Een gevoel hebben van schuld.
Bijna niet op u reageren.
Zich afsluiten van de omgeving.
De rol van degene die ziek is overnemen.
Tips
Blijf in gesprek met uw kind.
Moedig uw kind aan om zoveel mogelijk dingen door te laten gaan, zoals school, vrienden, sport en hobby's. Vraag eventueel of familie u hierbij kan helpen, bijvoorbeeld met vervoer.
Geef uw kind de verantwoordelijkheden die bij de leeftijd passen, zoals de eigen kamer opruimen, of de vaatwasser uitruimen.
Blijf, als dat mogelijk is, als gezin dingen met elkaar doen. Of juist samen iets doen met uw kind.
Meer informatie
Voor extra hulp kunt u terecht bij schoolmaatschappelijk werk, de huisarts, een kindercoach of een kinder- of jeugdpsycholoog.
Boekentips
Voor jonge kinderen:
Nijntje is ziek
Chemokasper
RadioRobbie
Grote boom is ziek
Voor oudere kinderen:
Wanneer je vader of moeder kanker heeft
Voor u als ouder:
Wanneer je als ouder kanker hebt
Website
Op de website van Kankerspoken (www.kankerspoken.nl) vindt u ook veel informatie speciaal voor kinderen.

Meer informatie
Zijn er vragen of wilt u uw situatie graag bespreken met de verpleegkundig consulent oncologie, dan zijn er verschillende mogelijkheden.
Een afspraak plannen kan via het secretariaat: 088-7066820
U kunt ook contact met de verpleegkundig consulent oncologie opnemen via de BeterDichtbij app of telefonisch, van maandag t/m vrijdag via 088-7068382.