- U bevindt zich hier:
- Home
- Afdelingen
- Folders
- Zelf uw bloedsuiker meten en insuline spuiten
Zelf uw bloedsuiker meten en insuline spuiten
In het kort
Zelf meten en spuiten
U leert hoe u thuis zelf uw bloedsuiker meet en insuline spuit. We leggen stap voor stap uit hoe dit gaat, zodat u het thuis veilig en zelfstandig kunt doen.
Bloedsuiker is de hoeveelheid suiker in uw bloed. Dit heet ook wel glucose.
Bloedsuiker meten
Voorbereiden
Wat heeft u nodig?
Leg alle materialen klaar op een schone ondergrond:
de glucosemeter
teststrips
een prikpen
naald (lancet)
pleister of tissue
Handen wassen
Was eerst uw handen met water en zeep. Droog uw handen goed af met een schone handdoek.
Naald
De naald van de prikpen heet een lancet. Dit is een klein houdertje met een dun naaldje dat u in de prikpen plaatst.
U gaat nu de prikpen voorbereiden. Hierna is de prikpen klaar voor gebruik.
Dop verwijderen
Haal de dop van de prikpen.
Lancet plaatsen
Plaats het lancet met de houder in de prikpen. Gebruik bij elke prik een nieuw lancet.
Beschermdop lancet verwijderen
Verwijder de beschermdop van het lancet met een draaiende beweging.
Dop terugplaatsen
Plaats de dop terug op de prikpen.
Prikdiepte
Stel de prikdiepte in. Uw zorgverlener heeft u hier meer informatie over gegeven. U stelt de prikdiepte in door aan de voorkant of achterkant van de pen te draaien.
Meten
Prikplaats
Zorg dat uw handen warm zijn. Prik in de zijkant van uw vingertop. Gebruik bij voorkeur uw ringvinger, middelvinger of pink.
Let op: De bloeddruppel moet aan de voorkant van de strip gehouden worden. Dus niet bovenop de strip.
Geen bloeddruppel
Verschijnt er na het prikken geen bloeddruppel? Soms gebeurt dit niet vanzelf en moet u vanaf de pols zachtjes naar boven drukken.
Wanneer moet u meten?

U spreekt met uw zorgverlener af wanneer u moet meten. Bijvoorbeeld:
voor of na het eten;
voor het slapen;
als u niet lekker bent.
Geen ontsmettingsmiddel
Gebruik geen ontsmettingsmiddel. Dit maakt de meting minder betrouwbaar.
Na de meting
Na de meting moet u de materialen opruimen. Hieronder leest u hoe u dit doet
Waarden invoeren
Schrijf de waarde op in uw diabetes dagboek of voer deze in in de app.
Teststrip weggooien
Verwijder de teststrip en gooi deze weg in de prullenbak.
Naald verwijderen
De prikpennen hebben een schuifsysteem op de pen zitten waarmee u de naald kan verwijderen.
Naald weggooien
Gooi de naald in de naaldencontainer.
Dop terugplaatsen
Doe hierna de dop terug op de prikpen. U bent nu klaar.
Ongebruikte strip
Bewaar ongebruikte strips in het gesloten originele potje. Dan blijven ze droog en uit het zonlicht.
Vervangen van uw meter
Uw meter mag elke 3 jaar vervangen worden, maar dit hoeft niet. Uw leverancier weet wanneer u de meter heeft gekregen en wanneer u een nieuwe zou mogen.
Glucose sensor
Glucose sensor
Sommige mensen met diabetes kunnen een glucose sensor gebruiken. Vraag uw zorgverlener of dit voor u mogelijk is. Dit hangt af van uw type diabetes en hoe vaak u insuline moet spuiten.
Hoe werkt een glucose sensor?
Een glucose sensor meet uw bloedsuiker de hele tijd en stuurt de gegevens naar uw mobiele telefoon of reader. Afhankelijk van de sensor die u gebruikt, blijft deze tussen de 7 en 15 dagen zitten.
Insuline spuiten
Voorbereiden
Wat heeft u nodig?
Leg alle materialen klaar op een schone ondergrond:
naaldencontainer;
insulinepen;
injectienaald.
Troebele insuline
Gebruikt u troebele insuline? Meng de insuline dan goed door de pen minimaal 10 keer te zwenken tot de insuline egaal wit van kleur is. U mag de insuline niet schudden.
Pen vervangen
Zitten er minder dan 12 eenheden in de pen? Gebruik dan een nieuwe pen of vulling.
Kamertemperatuur
Zorg dat de insulinepen op kamertemperatuur is voordat u de pen gebruikt.
U gaat nu de insulinepen voorbereiden. Hierna is de insulinepen klaar voor gebruik.
Dop verwijderen
Haal de dop van de insulinepen.
De naald plaatsen
Draai de naald met de houder op de pen.
Insulinepen instellen
Stel de insulinepen in door aan het uiteinde van de pen te draaien. Om de naald te ontluchten draai je de pen eerst naar 2 eenheden.
Beschermkapje verwijderen
Verwijder het beschermkapje van de naald. Neem ook het kleine dopje van de naald af.
Lucht wegtikken
Houd de pen rechtop en tik tegen de zijkant. Als er een luchtbel in zit, kan deze naar boven komen.
Insulinepen testen
Druk de knop achterop in en spuit de insuline met de naald omhoog, totdat er een druppel uit komt.
Inspuiten
Waar spuit u?
U spuit insuline onder de huid. Bij voorkeur op de volgende plekken:
In uw bovenbeen. Houd hierbij een handbreedte boven de knieen lies vrij.
In uw buik: naast, boven en onder de navel. Houd minimaal een handbreedte afstand van de navel.
Tips bij inspuiten
Wissel bij iedere injectie van injectieplaats.
Gebruik bij voorkeur de ene week de linkerkant van uw buik en bovenbeen, de andere week de rechterkant.
Injecteer nooit door uw kleding heen.
Komt er nog insuline uit de naald na het inspuiten? Houd uw bloedsuikerwaarden die dag extra goed in de gaten. Overleg met uw zorgverlener als dit vaker gebeurt.
Na het inspuiten
Na het inspuiten moet u de materialen opruimen. Hieronder leest u hoe u dit doet.
Beschermkapje terugplaatsen
Doe het beschermkapje terug op de naald.
Naald verwijderen
Draai de naald los van de pen.
Naald weggooien
Gooi de naald weg in de naaldencontainer.
Dop terugplaatsen
Doe de dop terug op de pen. U bent nu klaar.
Ongebruikte insulinepen bewaren
De insulinepennen die u niet gebruikt bewaart u in de groentelade van de koelkast.
Geopende insulinepen bewaren
Bewaar een geopende insulinepen buiten de koelkast op kamertemperatuur. Uw geopende pen is dan één maand houdbaar.
Contact opnemen
Vragen?
Graag via de Beter Dichtbij app.

Spoedvragen
Binnen kantoortijden: Bel tussen 8:00-12:30 en tussen 13:30-16:00 uur T 088 - 706 8540
Buiten kantoortijden: Bel met uw huisartsenpost. Gebruikt u een insulinepomp? Dan belt u de Eerste hulp T 088- 706 8000 en vraag naar de dienstdoende internist.
Wat zijn spoedvragen?
Misselijk, sufheid en braken
Plots hoge of lage glucose waarde zonder duidelijke oorzaak die u niet zelf opgelost krijgt
Kapotte insulinepomp
Insuline advies bij het door elkaar halen van insulinesoorten/doseringen