“Ik had altijd al last van mezelf”

Kelly (39) heeft haar hele leven al ‘last van zichzelf’. Zo noemt ze het zelf. Onder het mom van “Iedereen heeft toch wel eens last van zichzelf,” leert ze ermee leven, zoals zoveel mensen dat doen met gevoelens die niet goed te plaatsen zijn. Totdat het leven 1,5 jaar geleden ineens volledig kantelt. Wat begint als een periode van overleven na een relatiebreuk, eindigt in een crisis, een opname op de psychiatrische afdeling (PAAZ) van het Bravis ziekenhuis en een intensief behandeltraject van maanden. Zelf noemt Kelly het liever anders. “Het is niet alleen maar iets zwaars,” zegt ze. “Het is ook een begin geweest van opnieuw leren leven.”

Wanneer ‘gewoon doorgaan’ niet meer werkt

Op het eerste gezicht is Kelly een energieke, warme en nuchtere vrouw die stevig in het leven staat. Toch zat daar lange tijd iets onder dat ze zelf moeilijk kon duiden. De scheiding van haar partner, tevens de vader van haar dochter van acht, blijkt uiteindelijk een kantelpunt.

“Een breuk is op zichzelf al verdrietig,” vertelt ze, “maar er moest zoveel geregeld worden.” In die periode stond ze continu ‘aan’. “Ik zat echt in een soort regelstand. Ik was vooral bezig met oplossen, zorgen voor mijn dochter en doorgaan.” Achteraf ziet ze dat ze maandenlang leefde op adrenaline. Kelly omschrijft het als een stressreactie die veel te lang aanhield. “Je kunt daar best een tijd op functioneren,” zegt ze, “totdat het ineens op is.”

Als het lichaam begint te spreken

De eerste signalen zijn lichamelijk: vage klachten, vermoeidheid en een grieperig gevoel dat maar niet overgaat. Aanvankelijk probeert Kelly het nog te relativeren. “Ik dacht eerst: het zal wel iets tijdelijks zijn. Iedereen heeft wel eens een mindere periode.” Maar de klachten verdwijnen niet en worden uiteindelijk onmogelijk om te negeren.

Via haar huisarts valt voor het eerst het woord dat al voorzichtig door haar eigen hoofd spookte: depressie. De diagnose komt minder onverwacht dan je misschien zou denken. “Eerlijk gezegd voelde dat niet eens als een schok,” zegt ze daarover. “Ik voelde zelf ook al dat het niet goed ging.”

Er wordt gestart met medicatie, maar die eerste periode ervaart ze als bijzonder zwaar. “Je wordt eerst eigenlijk alleen maar zieker voordat het beter wordt,” vertelt ze terugkijkend. “Dat vond ik heel moeilijk.” Tegelijkertijd krijgt ze slaapmedicatie, waardoor ze zichzelf steeds minder herkent. “Ik was er wel, maar ook weer niet,” zegt ze. “Een soort zombie.”

Als het niet meer gaat

Na weken lijkt er voorzichtig iets te verschuiven. Er komt langzaam wat ruimte in haar hoofd. Maar net op het moment dat het iets beter lijkt te gaan, volgt opnieuw een zware emotionele klap in haar privéleven. “Toen ben ik eigenlijk compleet onderuitgegaan,” vertelt Kelly.

De periode daarna omschrijft ze als donker en uitzichtloos. “Ik zag geen uitweg meer,” zegt ze zacht. “Alles voelde zwart.” Vooral het schuldgevoel overheerst. Naar haar dochter, haar moeder, haar omgeving en haar werk. “Ik voelde me overal tekortschieten, en tegelijkertijd overal te veel.”

Uiteindelijk komt ze in die periode op een punt waarop ze denkt: “Als ik mezelf er nou gewoon uithaal, dan kan iedereen verder.” Nu ze daarop terugkijkt, raakt het haar nog steeds zichtbaar. “Ik vind dat heel verdrietig,” zegt ze. “Dat je zo ver kunt komen.”

Een onbekende wereld binnenstappen

Op dat moment wordt ingegrepen. Haar toenmalige vriend ziet hoe slecht het gaat en schakelt hulp in. Via de crisisdienst komt het traject snel op gang en uiteindelijk volgt een opname op de PAAZ van Bravis.

De eerste dag op de afdeling staat nog helder in haar geheugen gegrift. “Ik lag huilend op mijn bed en wilde vooral naar huis,” herinnert ze zich. “Alles was nieuw en dat was veel.” De structuur van de afdeling vormt een enorm contrast met de chaos waarin ze daarvoor leefde. Ineens zijn er vaste tijden, groepsmomenten en therapieën. “Ik stond al maanden in overlevingsstand,” vertelt ze, “en ineens moest ik meedoen in een programma.”

Toch ontstaat juist daar ook iets onverwachts: verbinding. “Je zit allemaal in hetzelfde schuitje,” zegt Kelly. “Iedereen heeft zijn eigen verhaal, maar je begrijpt elkaar meteen.”

Mens tussen mensen

Wat haar vooral opvalt in de kliniek, is hoe divers de groep mensen is. Jong, oud, verschillende achtergronden, verschillende levens. Tegelijkertijd voelt het verrassend normaal. “Als je ons in een café zou zetten,” zegt ze met een glimlach, “zou je denken dat we een uitje met een vriendengroep hebben.”

Dat beeld staat haaks op de stereotypen die nog vaak bestaan over psychiatrische zorg. “Mensen denken nog steeds aan een gekkenhuis, aan gesloten deuren,” vertelt ze. “Maar dat is hier helemaal niet zo.” Volgens Kelly is de werkelijkheid juist veel menselijker.

Ook de omgang tussen patiënten en zorgverleners draagt daaraan bij. “Ze drinken koffie met ons, spelen een spelletje mee,” legt ze uit. “Dat haalt zoveel afstand weg.” Juist dat gevoel van gelijkwaardigheid helpt in haar herstel. “Je bent hier geen patiënt tegenover een arts,” zegt ze. “Je bent gewoon mens.”

Daarnaast blijft vooral de kracht van de groep haar bij. In het begin kijkt ze met bewondering én onzekerheid naar sommige groepsgenoten. “Ik herinner me dat er iemand in de groep zat die in mijn ogen al zo ver was in zijn herstel,” vertelt ze. “Dat ik dacht: dat ga ik nooit halen. Echt nooit.”

Maar langzaam merkt ze dat ook zij stappen vooruit zet. “Op een gegeven moment merkte ik dat ik daar zelf ook kwam te zitten,” zegt ze. Juist dat maakt de groepsdynamiek volgens haar zo bijzonder: steunend, spiegelend én hoopgevend.

Ook het dagelijkse leven op de afdeling helpt daarbij, juist doordat het zo normaal mogelijk blijft. Samen eten, koffiedrinken, boodschappen doen en koken. “Dat klinkt klein,” zegt Kelly, “maar het maakt dat je weer een beetje meedraait in het gewone leven.” Daardoor voelt de opname minder als volledig uit het leven stappen, en meer als tijdelijk in een andere, veilige vorm van leven terechtkomen.

Uit je hoofd, terug in beweging

Na de opname volgt een intensief traject in deeltijdbehandeling: vier dagdelen per week terug naar de afdeling voor verschillende therapievormen. Van gesprekken tot muziektherapie, en van beweging tot beeldende therapie.

In eerste instantie voelt dat voor Kelly wat onwennig en tegenstrijdig. Toch merkt ze al snel hoeveel het haar brengt. Vooral beweging, creativiteit en contact helpen haar langzaam weer vooruit. “Ik dacht altijd dat ik niet creatief was,” vertelt ze lachend, “maar ineens bleek ik daar rust in te kunnen vinden.”

Herkennen in plaats van veroordelen

Tijdens het traject volgt aanvullend psychologisch onderzoek. Daaruit blijkt dat er naast de depressie ook sprake is van onderliggende persoonlijkheidsproblematiek, ontstaan in haar jeugd.

Kelly weegt haar woorden zorgvuldig wanneer ze daarover vertelt. Niet omdat ze het wil verbergen, maar omdat ze weet hoe zwaar labels kunnen voelen. “Daar zit een stigma op,” zegt ze rustig, “en dat wil ik niet zijn.”

Voor haarzelf voelt de diagnose uiteindelijk minder als een stempel en meer als herkenning. “Het verklaart zoveel,” vertelt ze. “Dingen die ik mijn hele leven al voelde krijgen ineens een plek.” Misschien nog belangrijker: het brengt mildheid richting zichzelf. “Ik ben veel minder streng voor mezelf geworden,” zegt Kelly. “Het is niet allemaal onzin of falen. Het komt ergens vandaan.”

Weer leren leven

Na maanden van intensieve behandeling ontstaat langzaam ruimte voor iets nieuws: het gewone leven. Kelly noemt het zelf ‘therapiemoeheid’, niet negatief bedoeld, maar juist als teken dat er weer beweging ontstaat.

“Ik heb zo lang in zorg en therapie gezeten,” zegt ze. “Nu wil ik weer leren leven.” Dat betekent opnieuw zoeken naar ritme, sociale contacten en grenzen, maar vooral naar zichzelf. “Wie ben ik eigenlijk? Wat wil ik? Wat past bij mij?” Het zijn vragen waarop geen snel antwoord bestaat, maar voor Kelly voelt het stellen ervan al als een begin.

“Het kan iedereen overkomen”

Wanneer ze terugkijkt op de afgelopen periode, overheerst vooral dankbaarheid. “Het had echt anders kunnen aflopen,” zegt ze rustig. “En dat besef maakt dat ik vooral dankbaar ben.”

Met haar verhaal hoopt ze vooral bij te dragen aan meer begrip voor psychische klachten. “Er is nog zoveel onwetendheid,” vertelt ze, “en zoveel oordeel.” Volgens haar zit dat oordeel vaak in kleine aannames en in hoe snel mensen conclusies trekken.

“Psychische klachten kunnen iedereen overkomen,” zegt Kelly nadrukkelijk. “Echt iedereen. Je buurvrouw, je collega, je vriendin.” Even valt ze stil, waarna ze vervolgt: “Het maakt je niet gek. Het maakt je méns.”

Wat ze uiteindelijk vooral wil meegeven, is misschien wel het belangrijkste van alles. “Je bent niet je diagnose,” zegt ze. “Je bent niet je opname. Je bent niet je slechtste periode. Je bent een mens.” En soms, benadrukt ze, loopt het leven gewoon even vast. “Maar dan is er altijd hulp,” zegt Kelly. “Acceptéér die.”