Adviezen sporten met diabetes

Als u gaat sporten, is het goed om de onderstaande adviezen te raadplegen.

Adviezen sporten met diabetes
  • Meet uw bloedglucose voordat u begint;
  • Neem snelwerkende koolhydraten mee, zoals dextro, voor het geval u een hypo krijgt;
  • Bij langdurig sporten kunnen ook langzame koolhydraten nodig zijn;
  • Draag goede schoenen om wondjes te voorkomen;
  • Gebruik liever een isotone sportdrank (4–8 gram koolhydraten per 100 ml) dan een drank met veel suiker;
  • Wilt u afvallen? Dan is het vaak beter om uw medicatie aan te passen dan extra koolhydraten te nemen;
  • Vertel een medesporter dat u diabetes heeft;
  • Sport u buiten? Deel uw locatie of neem medische gegevens mee;
  • Overleg voor persoonlijk advies met het diabetesteam.

Specifieke adviezen diabetes type 1

  • Meet altijd uw bloedglucose voordat u gaat sporten. Pas daarna uw insuline of voeding aan.
  • Is uw bloedglucose hoger dan 16 mmol/L? Zoek eerst uit waarom deze zo hoog is en corrigeer met extra kortwerkende insuline. Ga pas sporten als de waarde weer normaal is.
  • Sporten met een bloedglucose boven de 16 mmol/L kan ervoor zorgen dat de waarde nog verder stijgt. Er is dan te weinig actieve insuline en dat kan leiden tot verzuring van het lichaam.

Wilt u meer weten of eens praten met medesporters met diabetes? Kijk dan eens op: Over sporten met diabetes | Bas van de Goor Foundation

Maak een beweegplan

Bij het maken van een beweegplan kunt u aan drie “knoppen” draaien:

  1. De soort sport
  2. De hoeveelheid actieve insuline
  3. Je voeding
  • Probeer per knop uit wat voor u goed werkt. Verander niet alles tegelijk, maar maak kleine aanpassingen. Zo kunt u beter zien wat effect heeft. Er is geen standaard plan dat voor iedereen werkt. Het kan even duren voordat u uw ideale instelling vindt.
  • Uw voorbereiding begint vaak al uren of dagen voordat u gaat sporten. Schrijf op wat goed ging en wat lastig was. Dat helpt om de volgende keer gerichter aanpassingen te doen.
  • Tijdens het sporten is het belangrijk om regelmatig uw bloedglucose te controleren, zeker als u nog aan het uitproberen bent. Neem zo nodig extra koolhydraten, vooral bij lange duursporten of als u veel actieve insuline heeft.

Vragen na het sporten

Na het sporten kunt u zichzelf deze vragen stellen voor uw beweegplan:

  • Hoe ging het?
  • Wat deed mijn bloedglucose tijdens en na het sporten?
  • Moet ik iets aanpassen aan mijn insuline?
    • Heb ik extra insuline of een correctie nodig?
    • Gebruikt u een pomp: moet de basaalstand nog lager blijven en hoe lang?
  • Moet ik extra koolhydraten nemen?
  • Hoe voorkom ik een (nachtelijke) hypo?
  • Wat heb ik geleerd en wat kan ik de volgende keer anders doen?