Onderzoeken van blaasontsteking
Op de polikliniek worden vaak de volgende onderzoeken uitgevoerd:
- Urinesediment – microscopisch onderzoek van de urine
Bij een urineonderzoek op sediment (microscopisch onderzoek) wordt uw urine onderzocht om te zien of er bloedcellen of bacteriën in zitten.
De urine wordt in een buis gecentrifugeerd (snel ronddraaiend apparaat). Daardoor zakken de kleine deeltjes naar de bodem van de buis; dit heet het sediment. Een druppel van dit sediment wordt daarna onder de microscoop bekeken. Zo kan de laborant zien of er rode of witte bloedcellen en bacteriën aanwezig zijn.Voor dit onderzoek is het belangrijk dat u middenstroomurine (het middelste deel van de plas) opvangt. Het eerste en laatste deel van de urine wordt beter niet gebruikt, omdat dit de uitslag kan beïnvloeden. Ook moet de urine niet ouder zijn dan twee uur, anders is het onderzoek minder betrouwbaar.
De uitslag van dit onderzoek is direct bekend. Op basis van deze uitslag kan de uroloog besluiten of er vervolgonderzoek, zoals een urinekweek, nodig is.
- Urinekweek – om te bepalen welke bacterie de infectie veroorzaakt
Een urinekweek is een onderzoek van uw urine. Dit onderzoek wordt gedaan als er een vermoeden is van een blaasontsteking of andere urineweginfectie. In het laboratorium wordt gekeken of er bacteriën in uw urine zitten, en zo ja, welke bacteriën dit zijn. Ook wordt getest welk antibioticum het beste helpt om deze bacteriën te bestrijden.
Het is belangrijk dat u de urine opvangt in een schoon, steriel potje, zodat het onderzoek betrouwbaar is.
De uitslag van de urinekweek is meestal binnen vijf werkdagen bekend.
- Residubepaling na het plassen – om te meten of er urine in de blaas achterblijft.
Ga voor meer informatie over blaasontsteking naar de folders: