Blaaskanker

Blaaskanker is één van de meest voorkomende vormen van kanker van de urinewegen. Jaarlijks krijgen in Nederland ongeveer 7.000 mensen de diagnose, vooral mannen. De kans op blaaskanker neemt toe met de leeftijd, en de meeste patiënten zijn ouder dan 65 jaar. Roken is de belangrijkste risicofactor.

Blaaskanker kan oppervlakkig of agressief zijn. Het verloop van de ziekte hangt af van het type en het stadium van de ziekte. Bij veel patiënten zijn de overleveingskansen goed wanneer de kanker vroeg wordt ontdekt. Wel is vaak langdurige controle nodig, omdat blaaskanker regelmatig kan terugkomen.

Blaaskanker

De blaas is een hol orgaan in de onderbuik dat urine opslaat voordat deze via de plasbuis het lichaam verlaat. De binnenkant van de blaas is bekleed met urotheel, een speciaal type slijmvlies dat beschermd is tegen de irriterende stoffen in de urine. De meeste vormen van blaaskanker ontstaan uit deze cellen.

Symptomen van blaaskanker

Het meest voorkomende symptoom van blaaskanker is bloed in de urine.
Andere klachten kunnen zijn:

  • Vaak of dringend moeten plassen
  • Pijn bij het plassen
  • Pijn in de onderbuik


Bloed in de urine kan ook veroorzaakt worden door goedaardige aandoeningen zoals:

  • Een urineweginfectie
  • Een goedaardige prostaatvergroting
  • Nierstenen

Andere kwaadaardige aandoeningen, zoals kanker van de urineleider of nieren, kunnen ook bloed in de urine veroorzaken.

Onderzoeken blaaskanker

Om te onderzoeken wat de oorzaak is van bloed in de urine, kan de uroloog de volgende onderzoeken uitvoeren:

Deze onderzoeken helpen om een nauwkeurige diagnose te stellen en een passend behandelplan op te stellen.

 

Behandelingen van blaaskanker

De behandeling van blaaskanker hangt af van het stadium en de agressiviteit van de kanker. Mogelijke behandelingen zijn:

  • TUR-blaas (Transurethrale Resectie)

    Bij een TUR-blaas wordt een poliep uit de blaas verwijderd via een kijkonderzoek. Dit gebeurt onder algehele verdoving of een ruggenprik.

    Folder TUR-blaas
     

  • Blaasspoelingen

    Om te voorkomen dat poliepen terugkomen of dieper ingroeien in de blaaswand, kunnen blaasspoelingen worden toegepast. Deze bevatten chemotherapie (bijvoorbeeld Gemcitabine of Mitomycine) of BCG. BCG is een vaccin tegen tuberculose dat ook helpt om het opnieuw krijgen van blaaskanker tegen te gaan.

    Folder blaasspoelingen
     

  • Verwijderen van de blaas en aanleg van een urinestoma of vervangblaas

    Wanneer de kanker in het spierweefsel van de blaas groeit, kan het nodig zijn om de blaas te verwijderen. Dit gebeurt vaak via een robot-geassisteerde operatie (RARC), waarbij de blaas en lymfeklieren nauwkeurig worden verwijderd. Daarna wordt een urinestoma of een vervangblaas aangelegd.

    Voordelen van een robot-geassisteerde operatie zijn: minder bloedverlies tijdens de operatie, minder pijn na de operatie, een korter ziekenhuisverblijf, en een sneller herstel thuis.

    De operatie vindt plaats in het Amphia ziekenhuis in Breda met een Da Vinci robot (Xi). Het voor- en natraject van de operatie kunt u bij ons weer volgen op de locatie van uw voorkeur in Roosendaal of Bergen op Zoom. Zowel patienten uit Bravis als Amphia worden geopereerd in Breda in kader van onze nauwe samenwerking (LINK) met het Amphia ziekenhuis. De urologen die deze operatie uitvoeren zijn dr. H. Bickerstaffe (Bravis), dr. T. Muilwijk (Bravis), dr. Ilze van Onna (Amphia) en dr. D. van der Schoot (Amphia).

    Folder verwijderen van de blaas
     

  • Chemoradiatie/ trimodale therapie

    Hierbij wordt een combinatie gebruikt van het maximaal inwendig verwijderen van de blaaskanker  gevolgd door een combinatie van bestraling en chemotherapie. Het doel is om de tumor te behandelen zonder dat de blaas volledig verwijderd hoeft te worden, zodat u zo veel mogelijk uw natuurlijke plasfunctie kunt behouden. Afhankelijk van de grootte en locatie van de blaaskanker kan u in aanmerking komen voor deze behandeling.

Urinestoma (Bricker)

Bij een Bricker-urinestoma wordt de urine een andere weg naar buiten gegeven via een nieuwe opening in de buik.

Tijdens de operatie wordt een klein stukje dunne darm losgemaakt. De urineleiders worden hierop aangesloten en dit stuk darm wordt vervolgens via een opening in de buikwand naar buiten geleid: het stoma. Via het stoma loopt de urine continu vanuit de nieren naar buiten in een stomazakje.


Wat betekent dit voor u?

  • U plast niet meer via de normale weg.
  • U kunt het urineren niet zelf controleren.
  • U draagt altijd een stomazakje om urine op te vangen.
    - Het zakje wordt overdag regelmatig geleegd.
    - ’s Nachts sluit u het zakje aan op een grotere opvangzak.
  • Het is belangrijk dat u altijd reserve opvangmateriaal bij u heeft.

De voorkeursplek voor het urinestoma is de rechteronderbuik.
 

Voor- en nadelen van een urinestoma (vergeleken met een vervangblaas)

Voordelen

  • De operatie duurt meestal iets korter.
  • U kunt ’s nachts doorslapen doordat het zakje is aangesloten op een nachtopvangzak.
  • U ziet of voelt gemakkelijk wanneer het zakje geleegd moet worden.

Nadelen

  • Uw uiterlijk verandert door het stoma en het dragen van een zakje.
  • Er kunnen lekkages of huidirritatie rondom het stoma optreden.
  • Het zakje kan soms voelbaar zijn tijdens het dragen.

Vervangblaas (neoblaas)

Een vervangblaas is een nieuw urinereservoir dat van een stuk dunne darm wordt gemaakt en op de natuurlijke plasbuis wordt aangesloten. De urineleiders worden op dit nieuwe reservoir aangesloten.
De vervangblaas heeft geen spierwand zoals een normale blaas. Daarom leegt u deze door de kringspier te ontspannen en met de buik te persen.


Wat betekent dit voor u?

  • U plast via de natuurlijke weg.
  • U kunt het urineren zelf controleren, als de vervangblaas en spieren goed werken.


Voor- en nadelen van een vervangblaas (vergeleken met een urinestoma)

Voordelen

  • U houdt controle over het urineren.
  • U blijft via de normale weg plassen.
  • Uw uiterlijk verandert niet door een stoma of uitwendig zakje.
  • U heeft volledige bewegingsvrijheid.

Nadelen

  • In het begin kunt u (tijdelijk) urineverlies hebben door onvoldoende controle over de bekkenbodemspieren.
  • Soms kunt u de vervangblaas niet volledig legen en moet u een katheter gebruiken om achtergebleven urine af te voeren.
  • De kans op infecties of steenvorming is op langere termijn groter dan bij een urinestoma.


Wanneer komt u niet in aanmerking voor een vervangblaas?

U kunt geen vervangblaas krijgen als:

  • de kringspier en/of plasbuis niet behouden kan worden,
  • er onvoldoende darm beschikbaar is,
  • u een (ernstige) nierfunctiestoornis heeft.