Prostaatkanker

Prostaatkanker is de meest voorkomende kwaadaardigheid bij mannen. Bij ongeveer 1 op de 8 mannen wordt in zijn leven prostaatkanker vastgesteld en er worden jaarlijks >15.000 nieuwe gevallen vastgesteld in Nederland. De kans op diagnose stijgt sterk met de leeftijd en de gemiddelde leeftijd ligt rond de 70 jaar. Prostaatkanker heeft over het algemeen een goede overlevingskans en hoeft soms ook niet behandeld te worden.

Prostaatkanker

De prostaat is een klier die een deel van het vocht in het sperma produceert. Dit vocht beschermt de zaadcellen en helpt bij de bevruchting. De prostaat ligt tussen de blaas en de plasbuis.

Symptomen van prostaatkanker

Prostaatkanker geeft in principe geen klachten. Plasklachten worden bij mannen vaker veroorzaakt door een goedaardige vergroting van de prostaat. Bij zeer uitgebreide ziekte kunnen er soms toch plasklachten ontstaan en aanhoudende, diepe pijnklachten aan de botten van bijvoorbeeld de rug of de heupen.

Onderzoeken van prostaatkanker

Meestal worden patienten doorgestuurd via de huisarts naar aanleiding van een verhoogde PSA waarde in het bloed. De eerste onderzoeken in geval van prostaatkanker zijn dan ook vaak een PSA bepaling en een rectaal toucher.

  • PSA: PSA staat voor prostaat-specifiek antigen. Het is een eiwit in het bloed dat wordt aangemaakt door de prostaatcellen. De PSA waarde kan stijgen bij prostaatkanker maar ook bij een prostaatinfectie (prostatitis) of bij een goedaardige vergroting van de prostaat. Een verhoogde PSA waarde betekent dus niet altijd de diagnose prostaatkanker.
  • Rectaal toucher: De vorm, grootte en stevigheid van de prostaat wordt gecontroleerd. Indien dit afwijkend is. kan dit een reden zijn voor verdere onderzoeken.
  • Transrectale echografie van de prostaat: Een echografie geeft extra informatie betreffende de grootte van de prostaat. Het heeft een beperkte gevoeligheid voor het opsporen van prostaatkanker.

Bij een vermoeden van prostaatkanker op basis van deze onderzoeken wordt besloten om verder te kijken en wordt een MRI prostaat afgesproken.

  • MRI prostaat: een multiparametrische MRI kan prostaatkanker beter opsporen en lokaliseren dan echografie. Het helpt artsen om te bepalen waar biopten het meest nodig zijn. Daarnaast kan MRI een inschatting geven hoe agressief de tumor mogelijk is.

Op basis van de MRI prostaat wordt besloten of het nodig is om prostaatbiopten af te nemen. Prostaatbiopten kunnen worden afgenomen op twee verschillende manieren: transperineaal (via de huid tussen de balzak en de anus) of transrectaal (via de endeldarm). Uw uroloog bespreekt met u welke techniek.

Folder transperineale prostaatbiopten  

Folder transrectale prostaatbiopten    

Indien er prostaatkanker is vastgesteld kan het afhankelijk van het risico-profiel (TNM-classificatie, Gleason-score, PSA-waarde) nodig zijn om aanvullende scans uit te voeren.

  • PSMA-PET/CT: dit is een scan waarbij een kleine hoeveelheid radioactieve stof wordt gebruikt die zich specifiek hecht aan prostaatkankercellen zodat uitzaaiingen nauwkeurig zichtbaar worden.

    Folder PET/ CT scan
     
  • CT-scan abdomen/thorax en botscan: bij een sterk vermoeden van zeer uitgebreide en/of uitgezaaide ziekte wordt soms gekozen voor deze twee onderzoeken.

    Folder CT-scan

    Folder botscan

Behandelingen van prostaatkanker

Afhankelijk van stadium van de prostaatkanker kunnen er verschillende behandelingen worden voorgesteld.

Bij uitgezaaide prostaatkanker zijn de opties (eerstelijnsbehandeling):

Soms worden verschillende behandelingen met elkaar gecombineerd om het beste resultaat te bereiken. Er zijn soms ook studies lopende waarvoor u in aanmerking kan komen, dit zal met u besproken worden door uw uroloog of oncoloog.

 

Antihormonale therapie

Prostaatkankercellen groeien onder invloed van het hormoon testosteron. Testosteron is het mannelijk hormoon dat zorgt voor de ontwikkeling van de mannelijke geslachtskenmerken en beïnvloedt de spier- en botkwaliteit. Testosteron wordt vrijwel volledig aangemaakt in de zaadballen. Antihormonale therapie onderdrukt de aanmaak van testosteron en remt op die manier de groei en deling van de prostaatkankercellen.

Er zijn twee soorten antihormonale therapie:

  • Chirurgie: Operatief verwijderen van het zaadbalweefsel uit beide testikels dat testosteron produceert. Het vlies om de zaadballen en de bijballen kunnen indien gewenst blijven zitten. Deze operatie kan met een ruggenprik of onder algehele verdoving plaatsvinden. Het nadeel is dat voor sommige mannen een chirurgische castratie emotioneel zwaar kan zijn. Het voordeel van een operatie is dat u niet de rest van uw leven behandeld moet worden met injecties of pillen.
  •  Medicatie: Er bestaan zowel injecties (vaak 1 keer per 3 maanden) als pillen (dagelijks) die u kan krijgen die de aanmaak van het testosteron in de zaadballen onderdrukken als een vorm van chemische castratie.

Uw uroloog zal met u de voor- en nadelen bespreken en uitleggen wat in uw geval de meest geschikte soort antihormonale therapie is.

Bijwerkingen

De meest voorkomende bijwerkingen van antihormonale therapie zijn:

  • Opvliegers
  • Gewichtstoename
  • Afname van lichaamsbeharing
  • Pijnlijke zwelling van de borsten
  • Minder zin om te vrijen
  • Erectiestoornissen 
  • Stemmingsveranderingen: bijvoorbeeld neerslachtigheid
  • Afname van spierkracht
  • Botontkalking
  • Gewrichtsklachten
  • Hoofdpijn
  • Vermoeidheid

Bespreek bijwerkingen van antihormonale therapie altijd met uw arts of urologie verpleegkundige. Leefstijladviezen of medicatie kunnen de bijwerkingen soms voorkomen of verminderen.

Soms is het ook mogelijk een pauze in de antihormonale therapie in te lassen. Dit heet een intermitterende behandeling. U krijgt dan een tijd wel en een tijd geen antihormonale therapie in injectie- of pilvorm. Onderzoek heeft aangetoond dat een tijdelijke onderbreking van antihormonale therapie bij uitgezaaide prostaatkanker bijwerkingen doet afnemen, maar geen invloed op de levensduur heeft.

Androgeenreceptor-gerichte middelen

In geval van uitgezaaide prostaatkanker kan gekozen worden voor aanvullende androgeenreceptor-gerichte middelen (Abiraterone en Enzalutamide) bovenop de standaard antihormonale behandeling (LINK). Deze kunnen zowel in eerste lijn als in tweede lijn worden gekozen afhankelijk van uw situatie. De androgeenreceptor-gerichte middelen onderdrukken de prostaatkanker maximaal en werken levensverlengend. Deze medicatie wordt ingenomen in pilvorm.

De oncoloog kan u hier meer over vertellen tijdens een informatief gesprek.

Chemotherapie

In geval van uitgezaaide prostaatkanker kan gekozen worden voor chemotherapie om de ziekte maximaal af te remmen. Dit vindt altijd plaats in combinatie met antihormonale therapie (LINK). In geval van fitte patiënten met hoog-volume uitgezaaide ziekte wordt dit soms in vorm van trippel therapie gedaan in combinatie met zowel antihormonale therapie (LINK) als een androgeenreceptor-gericht middel (Abiraterone).

Chemotherapie bij prostaatkanker bestaat in eerste lijn uit Docetaxel. Dit medicijn wordt toegediend via een infuus. Dit medicijn doodt kankercellen doden en remt hun celdeling. Ze kunnen op bijna alle plaatsen kankercellen bereiken. 

Chemotherapie wordt in het Bravis ziekenhuis toegediend in het oncologisch centrum in Roosendaal.